
|
|
|
|
|
|
Ellen Terry kwam anderhalf
jaar later op 17 juli 1965 voor de vierde maal weer door.
B.Greene: vriend, ik denk dat ik weet wie u is.
Kunt u mij alstublieft uw naam geven ?
E.Terry: mijn naam is Terry.
B.Greene: u, Ellen Terry ?
E.Terry: ja, het is alweer een tijd geleden dat ik het laatst kwam om
met u te praten.
Woods: kunt u ons iets vertellen hoe uw leven aan uw zijde er nu
uitziet ?
kunt u ons er een beschrijving van geven ?
E.Terry: mijn leven is veranderd, zoals trouwens alle levens veranderen
als men zijn kennis en ervaring vergroot.
Men treedt een nieuw leven in andere sferen binnen.
Alhoewel wij geen, wat u daar onder verstaat, dood kennen,
is er een vorm van doodgaan, namelijk het overgaan van de ene sfeer
naar de andere,
naar een groter bewustzijn en gewaarwording van nieuwe verhoudingen en
idealen.
Maar dat alles betekent vooruitgang, waarin geleidelijk kennis en
ervaring opgedaan wordt.
Er is bij ons natuurlijk geen tijd, zoals u die kent, en toch is er een
vorm van tijdsbesef,
maar het is zo verschillend dat men niet kan verwachten, dat het in
woorden uit te drukken,
of uit te leggen valt.
In de sfeer waarin ik nu leef bestaan er zulke geweldige mogelijkheden
en er zijn werkelijk grote zielen, die van sfeer naar sfeer,
en ervaring naar ervaring zijn geëvolweerd.
Wij hebben de prachtigste bestaansvorm, die men kan hopen te ervaren en
toch,
terwijl men dit bestaan en leven meemaakt, is men zich steeds bewust
van de mogelijkheden
van dat wat men nog voor zich heeft.
Ik denk dat het onmogelijk is voor welke ziel dan ook de hogere sferen
te beschrijven.
De sferen, die bij de aarde liggen kunnen afgeschilderd en beschreven
worden,
omdat zij dicht bij de aarde liggen en zij zijn dan ook ongetwijfeld
vele malen afgeschilderd en beschreven geworden.
Maar de zielen die in een sfeer en toestand zijn overgegaan,
die ver van de aarde verwijderd ligt, mogen nooit verwachten om ooit in
woord en beeldspraak
hun verblijfplaats te kunnen overbrengen.
Maar ik kan zeggen dat, dat wat mijn leven uitmaakt, zo vol kleur,
zo vol schoonheid, werkelijk zo vol is van elk aspect van
liefelijkheid,
dat geen woorden het zouden kunnen beschrijven.
Er is zoveel, er zijn grote gebouwen, prachtig om te aanschouwen, er
zijn grote steden,
waarin alles gevonden kan worden dat goed is voor het leven van het
inividu.
Er zijn grote theaters natuurlijk waarin grote toneelstukken worden
opgevoerd,
er worden grote operas gezongen, grote musici componeren grote werken,
dus kunnen er goede orkesten spelen en velen kunnen genieten van grote
muziek
en de kleur die de hele zaal gedurende de uitvoering doordringt.
Als ik alleen maar de kleurschakeringen kon beschrijven van deze
wereld,
van deze plaats waarin ik mij nu bevind, zo ver verwijderd van uw
voorstellingsvermogen,
kleuren, die elke beschrijving harten veranderen steeds weer in hun
fijne teerheid
en stralen steeds, als het ware, een glans en schoonheid uit
die zo ver verwijderd is van uw aardse voorstellings vermogen,
dat men niet mag hopen het te kunnen beschrijven.
Onwillekeurig denkt men voor een vergelijking aan de regenboog van de
aarde,
maar hier kan men als het ware het kleurenpatroon van onnoemelijk veel
regenbogen zien
met talloze kleurschakeringen van licht.
Er is nooit duisternis.
Er is een soort wat u misschien schemering zou noemen
en toch verschilt het in wezen weer zo veel van de uwe.
Er is een tijd van vrede en rust bij ons en toch is er nooit enige
behoefte aan rust of slaap,
maar er komt een vredeigheid over ons als we daar behoefte aan hebben.
En dan zijn er altijd energieën aanwezig, die nooit schijnen af te
nemen,
die ons altijd aansporen om meer te doen, om meer te ondernemen.
Er is alle schoonheid en pracht van het landschap en de kleuren van de
natuur,
maar nog verhevener en schoner dan iets dat u kent.
Er zijn alle condities die men in uw leven zou verwachten, maar ijler,
mooier en grootser om te ondervinden en ondergaan.
Wij hebben natuurlijk ook alle dieren, die de natuur kent,
maar ook hier weer in een hoger ontwikkelde staat.
Er zijn alle huisdieren, die men eens liefhad,
maar zelfs bij hun is er dat besef van eenheid met de mensenwereld en
het mensenrijk.
De dieren wereld kan zich verstaanbaar maken en wij begrijpen hun.
Zij hoeven geen woorden te gebruiken, omdat dat niet nodig noch
mogelijk is.
Waar het om gaat is dat wij weten wat zij denken, wij weten wat zij
voelen,
en zij weten wat wij tegen ze zeggen.
Zij lezen onze gedachten en zij kunnen alles begrijpen wat wij voelen.
Een van de grootste dingen van dit leven vind ik, dat men geheel en al
begrepen wordt,
niet alleen door het eigen menselijke ras
maar ook door het zogenaamde lagere rijk van de dieren en de vogels,
en de vrijheid, en de schoonheid.
Men kan deze dingen niet ervaren zonder het gevoelt te hebben,
als men ze tracht af te schilderen en beschrijven, dat men tekort
schiet,
zo zwak is men in zijn poging om dit over te brengen, en toch probeert
men het.
Ik kan slechts dit aan u zeggen en aan allen die luisteren,
wees niet bang voor het overgaan van uw wereld naar de onze.
Het is het grote avontuur, het is het grote ontwaken in een groottere
wereld van liefelijkheid,
van schoonheid, van vrijheid van gedachte.
Dit is waarlijk een geestelijke wereld, maar niet zoals de mens die
heeft afgeschilderd.
Het is werkelijk zo, zo anders, zo ongelovelijk levend, zo vitaal,
maar zo ver verwijderd van menselijke bevattingsvermogen,
dat het niet anders omschreven kan worden.
Men kan het slechts voelen, kennen en gewaarworden, zo groots is het en
zo mooi.
Wees niet bang om van uw wereldover te gaan naar de onze,
want in welke levensomstandigheden u ook moge binnen treden, hoe laag
die ook zijn,
zij zullen een reflectie van uw wereld zijn, maar afhankelijk van de
omstandigheden daarin
en uw toestand bij de overgang en speciaal uw ontwikkeling, of het
ontbreken daarvan,
zo zult u omstandigheden aantreffen die op u afgestemd zijn.
En al moge die misschien aan sommige duister en somber toeschijnen,
afhankelijk van hun licht, toch is er vrijheid om zich uit te drukken,
te ontplooien en te ontwikkelen.
Natuurlijk weten wij dat er de lagere sferen zijn, de onontwikkelde
sferen,
waar de onontwikkelde zielen heengaan, maar toch is het geen hel,
zoals die afgebeeld wordt, door velen, die dat graag zo zagen.
Er is geen hel, alleen dat wat de mens voor zichzelf schept
door zijn eigen gedachten en levenswijze.
Hier zal dat, wat de mens heeft geschapen met hem veranderen,
al naar gelang zijn pogingen om zichzelf te verheffen uit het duister.
De mens bevindt zich vaak in een duisternis, die hij zelf heeft doen
ontstaan.
Zodra hij naar de eeuwige levensvonk begint te verlangen,
zodra hij zichzelf uit de lagere sfeer tracht te verheffen,
zal hij geholpen en geleid worden en aanwijzingen ontvangen,
en het pad zal hem getoond worden.
Niemand behoeft bevreesd te zijn, want dit is de wereld van liefde en
ware broederschap
en allen die komen zal het pad en de weg getoond worden.
Men hoeft niet bang te zijn, want God is waarlijk liefde
en dit is een wereld van liefde waarin allen die daar leven
zich trachten te verheffen van sfeer tot sfeer in evolutie tot een
grotere gewaarwording
van de werkelijkheid van de kracht van de liefde en de geest.
Alles is goed als de mens het maar zoekt en vindt.
De mens zal van de diepten naar de hoogten evolueren.
Alles is hier voor de mens om te ervaren en van te genieten.
Het is waarlijk het leven van de geest.
Maar het is een geestelijk bestaan dat ver verwijderd is
van de ideeën en voorstellingen van de mens,
want dit is een wereld die geschapen is door de gedachte en schoonheid
van expressie van het leven dat zo ver verwijderdis van de materiële
ideeën wereld,
mijn vrienden.
Hebt geduld, maar boven alles tracht het lagere zelf te overwinnen,
en met heldere blik al dat te zien dat van God, waarlijk van God is,
en alles opzij te zetten wat u tegen houdt.
Wees niet bang, want angst is werkelijk een slecht ding.
Wees krachtig, hebt moed en vertrouwen en sla uw ogen op naar de
schoonheid van de sferen.
Dit zal u vrijmaken.
U zult zeker het pad en de weg vinden.
De mens hoeft niet bang te zijn voor wat er volgt op de dood,
want de dood is de grote poort waardoor iedereen de werkelijkheid,
de wereld van de geest, de eeuwigdurende wereld zal vinden.
De mens heeft zelf de dood in zijn onwetendheid en dwaasheid geschapen,
maar er zal een dag komen dat hij zal vinden wat ik en anderen reeds
voor hem deden,
namelijk de weg van de waarheid, van het leven.
van de vrijheid die tot God leidt.
Mijn zegen aan allen en aan u in het bijzonder.
Mr.Woods: Dank u wel.
Mrs.Greene: dank u wel.
E.Terry: vaarwel, God zegen u.
Woods: dat was prachtig.
EINDE.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|