Even-Voorstellen-pag-1




Pag 001: Even Voorstellen
Pag 002: Mijn Laatste Nieuws
Pag 003: Zomaar Wat
Pag 004: Moppen (1)
Pag 005: De Zeven Maskers
Pag 006: In Memoriam
Pag 007: Games Room
Pag 008: Vadertje Tijd
Pag 009: Ellen Terry (1)
Pag 010: Leuke Websites (1)
Pag 011: Oude Tijd (1)
Pag 012: De Keuken Van Maggi
Pag 013: Blow Kabouters
Pag 014: Mijn Gedichten
Pag 015: Baby Drunk
Pag 016: Gothic Dolls
Pag 017: Uit Je Bol
Pag 018: Moppen (2)
Pag 019: Oude Tijd (2)
Pag 020: Ellen Terry (2)
Pag 021: Stof Tot Nadenken
Pag 022: Zorro
Pag 023: Joke
Pag 024: Linkpartners (1)
Pag 025: Leuke Websites (2)
Pag 026: Grompie
Pag 027: Garfield (Jim Davis)
Pag 028: Seances
Pag 029: Miranda Borst
Pag 030: Voor De Jeugd
Pag 031: Moppen (3)
Pag 032: Dolls
Pag 033: Tekeningen
Pag 034: Boven De Zestien
Pag 035: Uit Het Leven Gegrepen
Pag 036: Oude Tijd (3)
Pag 037: Het Alfabet (1)
Pag 038: Leden Goedbegin (1)
Pag 039: Moppen (4)
Pag 040: Globe
Pag 041: Strips (1)
Pag 042: Valthermond
Pag 043: Beckham
Pag 044: Mahatma Gandhi
Pag 045: Jarig
Pag 046: Drie Op Een
Pag 047: Oude Tijd (4)
Pag 048: Moppen (5)
Pag 049: De Vloek Van Nimue
Pag 050: Leuke Websites (3)
Pag 051: Onder Water
Pag 052: Elfjes
Pag 053: Leuke Banner
Pag 054: Linkpartners (2)
Pag 055: Oude Tijd (5)
Pag 056: Actualiteiten
Pag 057: Baby Kick
Pag 058: Gewoon Leuk (1)
Pag 059: Randgroep Jongeren
Pag 060: Moppen (6)
Pag 061: Chatt Room
Pag 062: Toegestuurd
Pag 063: Het Alfabet (2)
Pag 064: Date
Pag 065: Wolven
Pag 066: Grapje
Pag 067: Rijlestheorie
Pag 068: Fotos Familie (1)
Pag 069: Boven De Zestien (2)
Pag 070: Theehuis Poolshoogte
Pag 071: Gratis Neopet
Pag 072: Even Genieten
Pag 073: De Leukste Sites
Pag 074: Toplisten Goedbegin (1)
Pag 075: Oude Tijd (6)
Pag 076: Erg Handig
Pag 077: Nog Eenkeer
Pag 078: Emmen Dierentuin
Pag 079: Moppen (7)
Pag 080: Hotel Merlijn
Pag 081: Kalenders
Pag 082: Fotos Familie (2)
Pag 083: Anjulis Weblog
Pag 084: Toplisten Goedbegin (2)
Pag 085: Studentenwerk
Pag 086: Harrie Uit Drenthe
Pag 087: Sieraden B-Bijoux
Pag 088: Gewoon Leuk (2)
Pag 089: Niets Te Danken
Pag 090: duivel
Pag 091: Klokken (1)
Pag 092: Beste Vriend Verloren
Pag 093: Ayubowan Yaluva
Pag 094: Disney
Pag 095: Fotos Jeugd
Pag 096: Mijn Awards
Pag 097: Toplisten Goedbegin (3)
Pag 098: Amsterdam
Pag 099: Films-T.V-Bioscoop
Pag 100: Leden Goedbegin (2)
Pag 101: Poesen
Pag 102: Was Jij Nog Hier
Pag 103: Goede Doel
Pag 104: Klokken (2)
Pag 105: Mijn Kinderen
Pag 106: Nieuwe Dingen
Pag 107: E-Cards
Pag 108: Teddybeer
Pag 109: Scholierenwerk
Pag 110: Gloednieuw
Pag 111: Forum Robbie
Pag 112: Tattoo
Pag 113: Strips (2)
Pag 114: Joke Mijn Ster
Pag 115: Love
Pag 116: Test Pagina
Pag 117: Lena's Beads
Pag 118: Andr Hazes
Pag 119: Oeps
Pag 120: Mijn Bloementuin
Pag 121: Herboren
Pag 122: Kanaries
Pag 123: Op De Boerderij
Pag 124: Borderline
Pag 125: In De Maak
Pag 126: Tot Kijk
Pag 127: Statistieken
Pag 128: Het Alfabet (3)
Pag 129: Speciale linken
Pag 130: Even Bij Je Zijn
Pag 131: Zoek De Foto
Pag 132: Karate Kimberley
Pag 133: Vrijdag De 13de
Pag 134: tweedehands kinderkle
Pag 135: De Tamme Rat
Pag 136: Suzanne Wisman
Pag 137: PSV - AJAX
Pag 138: kattenkwaad
Pag 139: zoek en vind
Pag 140: De Zeven Maskers 2
Pag 141: Nadenker
Pag 142: 100 Jaar Kalender
Pag 143: De Natuur
Pag 144: Voetbal Uitslagen
Pag 145: Nathalie 1
Pag 146: Nathalie 2
Pag 147: Nathalie 3
Pag 148: Strip
Pag 149: Olivoetbal
Pag 150: Bij De Kapper
Pag 151: Honing
Pag 152: M & M
Pag 153: Even geen kinderen
Pag 154: Weg gedaan
Pag 155: Heel hard
Pag 156: Brief van een moeder
Pag 157: Eenentwintigen
Pag 158: Fantasy
Pag 159: De Zeven Maskers 3
Pag 160: Troost
Pag 161: Spreuken
Pag 162: Gedichten
Pag 163: Nog meer
Pag 164: Antiek
Pag 165: Aquarium
Pag 166: Tot Ziens
Pag 167: Middeleeuwen
Pag 168: Het Alfabet (4)
Pag 169: Regen
Pag 170: 3D
Pag 171: Haai
Pag 172: Vlindertuin
Pag 173: Miss Piggy
Pag 174: 17 September
Pag 175: 1 heel klein sterretje
Pag 176: Wie Zaaid
Pag 177: Lichtpuntje
Pag 178: Anthon Pieck
Pag 179: Wuppies
Pag 180: Liegen of waarheid
Pag 181: Roken
Pag 182: El-camino-del-indigena
Pag 183: Tijd en Ouderdom
Pag 184: Licht Uit
Pag 185: Computer Tips
Pag 186: Mijn Moeder
Pag 187: Identiteitsbewijs
Pag 188: Een Engel erbij
Pag 189: Dank Woord
Pag 190: Word vervolgd
Pag 191: Eindelijk
Pag 192: Wennen
Pag 193: Feestdagen
Pag Pag 194: 2009
Pag Pag 195: Hokjes
Pag Pag 196: Opnieuw
Pag Pag 197: Eindelijk 2
Pag 198: Dierenriem
Pag 199: Wat Leuks
Pag Pag 200: Vervolg






Grompie










Grompie1
Grompie1
Grompie1










Grompie2










Grompie3










GROMPIE EN HET LAND VAN DE STERREN

Pssst, psst, h woord is wakker, riep een stem in het donker en het meisje opende nog half slapend haar ogen.

Wie, wie is daar zei ze slaperig en de stem zei toen: ken je me niet meer? ik ben Bor Merlijn stuurt me, hij wil weer een avontuur, dus wil je mee kleed je dan snel aan en jawel even later vlogen ze op de ster omhoog.

Ditkeer hoeven we niet telopen zei Bor Merlijn stuurt twee vliegende scheed boards, daarmee vliegen we naar het kasteel.

Mooi zei het meisje, ik weet nog wel hoever het was die heuvel op.

Toen ze onder aan de heuvel stonden, stapte Bor en het meisje op de scheet boards en soefff daar vlogen ze de lucht in.

Woeps het meisje zoefde omhoog en weer omlaag, wouw! Gilde het meisje wat is dit gaaf zeg.

Soefff en daar ging ze opnieuw soefff omhoog soefff omlaag en soefff ze snelde pal langs Bor heen.

Merde! Riep Bor kijk uit, laat dat, soefff het meisje wist van geen ophouden en zoefde door de lucht.

H stop gilde Bor, ben je gek? ach nog eenkeer het gaat net zo leuk.

Ok zei Bor maar dan gaan we wel gelijk naar het kasteel, soefff daar zoefde ze de heuvel op.

Opweg naar het kasteel, soefff soefff het meisje snelde met een grote snelheid op het kasteel af.

Soefff iiieee! En het meisje stopte vlakbij de poort van het kasteel.

Zo zo jij hebt haast zei Merlijn en keek het meisje lachend aan.

Wouw! Dat was gaaf zei ze en het meisje schaterde van plezier.

Merde! Zei Bor die van zijn scheet board stapte, Merde! 

Waarom zo hard? en hij keek boos naar het meisje dat rood was van de wilde rit.

Merlijn lachte en zei: nu Bor niet zo mopperen, kom binnen dan kunnen jullie je op frissen voordat we aan tafel gaan.

Terwijl Merlijn dit zei gaf hij het meisje een knipoog en liep naar binnen.

Het meisje huppelde achter hem aan en ook Bor volgde stil mopperend.

Een tijdje later zaten ze opgefrist aan tafel en smulde van al het lekkere eten.

Zo zei Merlijn nadat ze gegeten hadden, dus wij gaan een nieuw avontuur in, en hij keek naar het meisje.

Ja joepie riep ze en vrolijk lachte ze, vooruit dan maar en Merlijn pakte zijn stokje.

Hij tikte tegen de wang van het meisje en poef! plots waren ze op een andere plek.

Het leek alsof ze in een woestijn liepen, overal waar het meisje keek zag ze zand.

Wouw! Waar zijn we vroeg ze Merlijn en deze zei toen: dit is de woestijn naar de sterren planeet.

Als we dit stuk over zijn dan komen we bij het land van de sterren maar eerst moeten we ons veranderen en hij tikte met het stokje op de grond.

Poef! Merlijn was weer een rat en het meisje was weer een poema.

Kom zei De Rat, we gaan, De Poema keek om haar heen en zag in de verte grote zand heuvels.

Wat is daar vroeg ze aan De Rat, dat zijn de heuvels van de twee koppige draak.

Deze bewaakt de toegang naar het land van de sterren, maar dat is nog niet alles deze zand vlakte behoord toe aan Grompie.

H wie is Grompie? Vroeg De Poema, o” dat zie je nog wel er komen verrassingen genoeg en De Rat lachte.

Nadat ze een tijdje hadden gelopen begon De Poema te klagen ik heb dorst zei ze, is het nog ver? En ze keek De Rat vragend aan.

We moeten eerst dit stuk over en dan zijn we voorlopig veilig zei De Rat.

Veilig vroeg De Poema en terwijl ze dit vroeg zakte ze langzaam door de grond.

Merde! Niet bewegen zei De Rat je zit op drijfzand dit is een van de vele valstrikken van Grompie.

Aaahhh! Ik zak weg gilde De Poema, help me Rat, merde! Zei De Rat pak mijn staart in je bek en dan trek ik je eruit.

Wat zeg je? Je staart, doe nu maar wat ik je zeg zei De Rat en De Poema zakte verder weg.

Pak mijn staart gilde De Rat en De Poema deed snel wat hij zei, aargghh oooeff met veel moeite en kracht trok De Rat De Poema uit de kuil.

Oooeefff pfffpff dat was op het nippertje hijgde De Rat, whouw! Zeg dat wel slikte De Poema en ze trilde over haar lijf.

Zijn er meer van en ze keek angstig naar De Rat.

Ja zei hij dus blijf nu pal achter me want ik weet ongeveer waar ze zitten.

De Poema bleef pal achter De Rat want nogeens in een kuil vond ze toch niet zo prettig.

Een tijdje liepen ze zwijgzaam achter elkaar toen De Rat plots stopte, h wat is er vroeg De Poema, waarom stop je?

Sssttt stil zei De Rat ruik je dat, ik ruik iemand, De Poema snoof in de lucht.

Verhip wat is dat snuf snuf ja ik ruik wat, maar kan het niet thuis brengen, zei De Poema druk snuivend.

Knal! Pang! Poef! Het zand schoot plots omhoog en een reuze kreeft met vier poten dat elk was voorzien van vier vlijm scherpe scharen sprong plotseling onder het zand vandaan.

Aaahhh gilde De Poema en sprong opzij, merde! zei De Rat dat is Schaar en terwijl De Rat dit zei sloeg een schaar dicht net voor zijn snuit.

Pas op gilde De Poema en in een duikvlucht sprong ze op Schaar zijn keel af.

Klap! De volgende schaar sloeg dicht pal naast De Poema haar staart.

Maar in haar sprong had ze Schaar in zijn nek gebeten.

Grrromm aggrrr Schaar kermde maar hij had wel De Rat zijn linker achterpoot in zijn scherpe scharen.

Auaahh kermde De Rat en weer schoot De Poema op Schaar af en beet hem een poot af.

Schaar gilde het uit en liet van pijn De Rat los die snel naar achteren kroop.

Schaar was nu woedend en kwam woest op De Poema af.

Opnieuw sprong De Poema op Schaar af maar deze dook snel opzij en ontwijkte haar net.

Hij klapte gevaarlijk met zijn scharen, klap! Klap! Het galmde door de woestijn.

Klap! Klap! En opnieuw kwam hij op De Poema af die snel haar nagels uitzette en haar tanden ontblote.

De Rat keek gewond toe klap! Klap! Deden de scharen van Schaar.

Nu hield De Poema zich niet meer in en dook woest op Schaar af, grrromm gggrrr woest beet De Poema waar ze hem maar bijten kon.

Klap! Klap! Schaar sloeg van zich af, de stofwolken vlogen in het rond.

Het was een wild gevecht en De Rat probeerde overeind tekomen maar zijn poot was tezwaar gewond.

Klap! Ggrrom! Klap! Ggrrr! Ohhgg! Arrgg! Plotseling was het gevecht voorbij en kalm trokken de stofwolken op.

De Rat zag De Poema verdoofd en gewond op de grond liggen, naast haar lag een dode Schaar.

Merde! zei De Rat en met veel pijn en moeite kroop hij op De Poema af.

Aahh ogghh kreunde De Poema die aardig was toegetakeld over haar hele lijf had ze sneetjes en schrammen.

Gaat het? Vroeg De Rat die nu vlakbij haar was, ja hoor en met jou? Kreunde De Poema.

Er zit een lelijke diepe snee in mijn poot zei De Rat maar voor de rest mankeer ik niets.

Moeizaam en met veel pijn kwam De Poema overeind en ze wankelde richting De Rat.

Merde! zei De Rat dit had ik niet voorzien het spijt me Poema.

Ach waarom ik ben dan wel gewond en jou poot, maar Schaar is dood en we gaan samen verder.

Maar hoe? Vroeg De Rat mijn poot is gebroken en ook jij bent gewond.

Ach zei De Poema alleen die jaap in mijn zij doet zeer voor de rest valt het best mee.

Ik neem je mee op mijn rug en nadat ze dit zei ging De Poema op haar buik liggen.

De Rat kroop moeizaam op haar rug en zo vervolgde ze hun reis.

Na een tijdje stopte De Poema van uitputting ze zakte op de grond en De Rat kroop van haar rug.

Merde! had ik het stokje nogmaar maar deze is in het gevecht gebroken, kermde De Rat.

Nu heb ik geen toverkracht merde! En wat nu? De Rat keek triest naar de uitgeputte poema die stil in het zand lag.

De Rat zag dat er bloed uit haar zij drupte, Poema gaat het vroeg hij haar.

Jawel ik heb alleen zo'n dorst en voel me wat moe. Antwoorden De Poema.

Een tijdje lagen ze zo naast elkaar toen ze plotseling heel in de verte een grote stofwolk zagen.

Merde! wat nu weer zei De Rat en kwam van schrik overeind.

De Poema deed haar kop omhoog en keek scherp in de richting van de stofwolk.

Teveel zand zei ze ik zie alleen zand en stof, merde! zei De Rat en het is tever om het te onderscheiden.

De Poema keek hem zorgelijk aan en ze zei klim weer op mijn rug we gaan er opaf, ditkeer wacht ik het niet af.

De Rat keek haar zwijgend aan en kroop op haar rug, even wankelde De Poema maar al snel herstelde zij zich.

Merde! gaat het vroeg De Rat verschrikt, jawel zei De Poema ik ben een beetje zwak maar het gaat wel.

Moeizaam kwamen ze vooruit maar de stofwolk kwam kalm in hun richting.

Steeds groter en groter werd de stofwolk en De Poema hield kalm in.

Het is groot zei ze en het komt nu snel dichterbij kan jij al zien wat het is?nee zei De Rat het zand stuift teveel.

We moeten voorzichtig zijn zei De Poema en ze stopte.

De Rat kroop van haar rug en ging naast haar staan en De Poema scherpte haar nagels en ontblote haar tanden.

De stofwolk kwam steeds dichterbij wouw! Dacht De Poema die is groot.

Merde! Grompie gilde De Rat en de stofwolken trokken op.

Voor De Poema stond een reuze slak, zogroot als een berg en op zijn rug zat een schelp zogroot had De Poema die nog nooit gezien.

Wouw! Zei ze en stond verwart voorde kolossale slak.

Jij bent dus degene die Schaar heeft gedood zei hij en keek De Poema vanuit de lucht vragend aan.

De Poema keek en dacht hij is tegroot en ik ben tezwaar gewond, maar Grompie stond daar alleen maar vragend vanuit de lucht op haar neer tekijken.

De Poema overwoog of ze hem aan zou vallen maar terwijl ze dit dacht, zei Grompie je bent verzwakt en ik ben tegroot voor jou.

Weet je zei hij verder, toch heb ik respect voor jou.

Je laat je vrienden niet stikken plus dat je niet laf bent maar je bent op mijn grond en dode een van mijn bewakers.

Wie ben je en wat zoek je hier zei Grompie verder.

De Poema keek hem aan en zei we zijn onderweg naar het land van de sterren.

Dan moet je over het land van de twee koppige draak, mijn grootste rivaal, ok ik weet het goed gemaakt we sluiten

een deal.

Als jij de draak verslaat geef ik je de kroon van de sterren doe je het en Grompie keek De Poema vragend aan.

Ok zei De Poema maar dan wil ik eerst wat verzorging, De Rat en ik zijn gewond en ook volledig uitgeput en hebben verzorging nodig.

Goed zei Grompie ga maar met me mee.

Een tijdje liepen ze achter Grompie door de woestijn totdat Grompie plots stopte.

Waarom stoppen we hier vroeg De Poema, we zijn er zei Grompie.

Wat? Hier op deze kale vlakte zei De Poema verbaast.

Wacht nu maar even zei Grompie die lachend opeen grote cactus afging.

Toen Grompie bij de cactus was draaide hij zich om en met zijn schelp tikte hij tweekeer hard, tweekeer zacht en weer een keer hard tegen de cactus en plotseling trilde de aarde.

De cactus schoof opzij en waar de cactus had gestaan verschoof het zand en kwam er een enorme grote trap tevoorschijn.

Wouw! Zei De Poema en keek vol verbazing naar de grote trap die in de grond verscheen.

Treed verder zei Grompie welkom in het ondergronds woestijn land en Grompie keek zijn gasten aan.

Wouw! zei De Poema, onder de grond, waarom onder de grond en ze keek vragend en verbaast naar Grompie.

Dat vertel ik beneden wel zei Grompie laten we eerst maar verder gaan, kom dan ga ik jullie voor.

Grompie daalde met zijn kolossale lijf de grote trap af, wouw! Zei De Poema wat is het enorm diep is het nog erg ver en ze keek voorzig in de diepte.

Langzaam daalde ze de trap af en De Poema keek vol verbazing om haar heen.

Langs de trap liep een harde muur van zand en deze was verlicht door brandende fakkels.

Steeds dieper en dieper zakte ze de lange trap af het leek wel of er nooit een eind aan kwam.

Maar na een tijdje naderde ze toch het einde van de lange trap en toen ze eindelijk beneden waren stonden ze in een enorme grote open ruimte.

Overal liepen verschillende diersoorten door elkaar, wouw! dacht De Poema wat een volk.

Ze keek naar De Rat die moeizaam vooruit kwam met zijn poot en ook De Poema voelde overal pijn en was goed vermoeid.

Kom zei Grompie en liep door de massa heen, en overal branden fakkels aan de wanden.

De Poema stapte het hol in wouw! wat mooi riep ze bij het geen wat ze zag. Waar je ook keek het was een massa dieren die met elkaar stonden tepraten of door elkaar liepen.

Gaat het vroeg Grompie die van De Rat naar De Poema keek, jullie zien er vermoeid uit zei hij verder hou nog even vol we zijn er zo.

De Poema en De Rat liepen vermoeid achter Grompie aan en kalm naderde ze een grote grot die midden in de wand van een muur zat.

Treed binnen zei Grompie De Poema en De Rat keken elkaar verbaast aan een hol in de muur?

Kom waar wachten jullie op zei Grompie en keek lachend naar zijn twee gasten.

Het hol was hoog en breed en de wanden waren bekleed met prachtige kleden en kandelaars.

Meubels als kunstwerk planten uit verschillende landen het was een lust voor het oog.

Hoe is het mogelijk dat hier planten groeien dacht De Poema, hier zo diep onder de grond.

Ook De Rat keek zijn ogen uit en was verbaasd over alles wat hij hier zag.

Grompie liep naar een zitkuil en nam plaats op een prachtige groot en zacht bankstel.

Ga zitten zei hij tegen zijn gasten en De Poema en De Rat namen plaats.

Grompie pakte een belletje van de tafel die vlak voor hem stond en rinkelde ermee.

Plots uit het niets verscheen er een haas als lakei gekleed.

Breng mijn gasten een heerlijk maal met alles erop en eraan zei Grompie.

De haas knikte, Maakte een diepe buiging en hij verdween weer net zoals hij gekomen was.

Even later was plots de haas weer terug en achter hem liepen bediendes met gevulde schalen, vol met lekker eten.

De tafel werd gedekt en zowel De Poema als De Rat aten hun buikjes vol.

Dat was nu net wat ze nodig hadden en na het eten zei Grompie, en heeft het gesmaakt en hij keek zijn gasten vragend aan.

Jawel het was heerlijk zeiden De Poema en De Rat tegelijk.

Mooi zei Grompie dan zal ik jullie je kamer wijzen want jullie zullen wel moe zijn en nadat Grompie dit zei stond hij op.

Hij liep voor zijn gasten uit naar een ander vertrek en hij liep naar een muur en drukte op een knop in de muur.

De muur schoof opzij en er verscheen een lift, waar ze in gingen en Grompie drukte op de onderste knop en de lift zoemde naar beneden.

Wouw! Dacht De Poema gaan we nu nog lager? We zitten al zover onder de grond.

Alsof Grompie haar gedachten kon lezen zei hij. Ja er zit nog een verdieping en deze is nog beter en veiliger.

De lift stopte en De Poema en De Rat stapte na Grompie de lift uit.

Wouw! hier was alles nog mooier, gouden kandelaars hingen overal aan de wand en in elke kandelaar branden tien kaarsen.

Het plafon was versierd met gouden sterren en ze liepen door een hele lange gang met links en rechts deuren.

Bij elke deur stond een gewapende haas of egel en ze knikte naar de voorbij gangers.

Toen ze een tijdje door de grote gang hadden gelopen stopte Grompie bij een deur waar een haas voor stond.

De haas stapte kalm opzij en Grompie opende de deur, we zijn er zei hij en stapte het vertrek binnen.

De Poema en De Rat liepen achter hem aan de kamer binnen, wouw! riep De Poema en Grompie zei lachend.

Dit is voorlopig jullie vertrek, dit is de huiskamer, hier achter zit de rustkamer en daar achter liggen twee slaapkamers met badkamer.

Hebben jullie iets nodig dan hangt daar aan de muur een intercom, deze staat in verbinding met de centrale.

Vraag wat jullie willen en het komt voor elkaar, ik laat jullie nu verder alleen zodat jullie wat kunnen rusten.

Hebben jullie nog wat tevragen en Grompie keek zijn gasten aan.

Waneer zien we je weer? Vroeg De Poema en Grompie zei, later als jullie wat uitgerust zijn zien jullie mij vanzelf wel weer en nadat Grompie dit zei verdween hij door de deur.

Nu waren De Poema en De Rat weer na tijden alleen en De Poema zei je ziet er moe uit.

Neem jij de rechter kamer dan neem ik de linker en zo verdwenen ze elk een slaapkamer in.

Ze verzorgde en verschoonde hun wonden en stapte vermoeid en uitgeteld in hun bed en vielen in diepe slaap.

Vele uren later werd De Rat wakker en verbaast keek hij om zich heen en plotseling wist hij weer waar hij was.

Hij stapte uit zijn bed en ging onder de douche en toen hij klaar was ging hij naar woonkamer waar De Poema al zat tewachten.

Smoi zei ze, lekker geslapen? Jawel zei De Rat, jij ook? En De Poema knikte.

Er woord zo eten gebracht en daarna komt Grompie hierheen en gaan we overleggen wat we gaan doen met die twee koppiggedraak.

De Rat ging zitten en vroeg, heb je al een plan bedacht? Nee zei De Poema ik wil eerst meer weten.

Maar we redden ons wel, net als toen tegen Schaar, dat gevecht hebben we ook gewonnen.

Echt Rat geloof me maar we redden ons best, we zijn slim zat.

Dat weet ik ook wel zei De Rat, maar misschien had je al wat bedacht.

Plots werd er op de deur geklopt en toen De Poema binnen riep, stapte een haas de kamer binnen met een wagentje gedekt met schalen.

Het eten was klaar en De Poema en De Rat aten weer hun buikjes vol en praten nog wat verder.

Een tijdje later werd er weer geklopt en ditkeer stapte Grompie binnen.

Uit gerust? En een beetje opgeknapt? Vroeg hij en ging tegen over zijn gasten zitten.

Jawel hoor zeiden De Poema En De Rat tegelijk en keken naar Grompie die met zijn logge lichaam zowat de hele bank in beslag nam.

Ok zei Grompie dan nu tijd om een plan temaken en bekijken hoe we de draken gaan verslaan.

Heb je zelf al iets bedacht? Of wachten je eerst op wat ik te vertellen had, vroeg Grompie

Nou nee, een echt plan had ik nog niet, ik wou eerst meer weten en jij? Heb jij een plan? vroeg De Poema.

Nee een echt plan heb ik nog niet, zei Grompie, maar laat ik eerst eens iets vertellen over de tweekoppige draak.

Jaren geleden had mijn volk een verbond gesloten met het volk van de sterren.

Tussen hun land en dat van ons, ligt nog een stukje land en dat noemen wij: niemands land.

Alle beide volken gebruikte dat land om elkaars land te bezoeken en zo handel te drijven tussen onze landen.

Maar twee jaar terug kwam de tweekoppige draak en zijn volk en begonnen een oorlog met ons en de sterren.

De sterren waren te zwak en verloren de strijd en mijn volk verstopte zich hier onder de grond.

De tweekoppige draak heeft negentien handlangers, dus bij elkaar zijn er twintig draken.

Zij hebben niemands land ingenomen en dat is het enigste land dat toegang geeft tot het land van de sterren.

Mijn eigen volk is niet echt groot en bestaat uit verschillende rassen.

Wij leven met Hazen, Egels, Woestijn Ratten en Vleermuizen en ik ben de enigste in mijn soort.

De Draken spugen vuur en hebben een groot deel van mijn volk, levend verbrand.

Het enigste middel dat helpt is water, maar dat ligt achter het land van de sterren en dat kunnen we alleen bereiken via niemandsland.

Schaar was onze bewaker hij kon zomaar uit het niets onder het zand vandaan komen.

Maar dat weten jullie, want jullie hebben hem ontmoet en dode hem.

Sorry zei De Poema, ik wist niet dat hij jullie bewaakte en hij viel ons aan

Ik had geen andere keus dan hem te dode.

Grompie keek even peinzend en zei toen: nee, dat kon je niet weten en gelukkig zijn jullie hier nu.

Zijn jullie bereid om ons te helpen of trekken jullie je alsnog terug?

De Poema keek naar De Rat en deze zei: je wou een avontuur en dit is een avontuur dus ik laat het aan jou over.

Ok zei De Poema, we verzinnen een plan en gaan in de aanval, maar hoe?

Ik denk dat ik de oplossing weet, zei De Rat en hij keek naar Grompie.

Jou volk woonde toch eerst boven de grond en hebben dit hier toch zelf uit gegraven?

Ja hoezo zei Grompie, wat wil je hier mee zeggen en hij keek De Rat vragend aan.

Nou kijk zei De Rat, we kunnen het land van de sterren bereiken om onder in plaats van boven de grond tegaan.

Zo hoeven we niet over niemands land en kunnen de Draken ons niet zien.

Wouw! zei De Poema, dat is een heelgoed idee Rat, we gaan onder de grond door.

Ok zei Grompie, maar dat gaat wel een tijdje duren want nu is Schaar er niet bij en woord het graven iets moeilijker.

Maakt niet uit zei De Poema ook De Rat en ik kunnen goed graven, dus met z'n allen moet het gewoon lukken.

Goed zei Grompie, ik trommel mijn mensen bij elkaar en we leggen ons plan uit.

Nadat Grompie dit had gezegd, stond hij op en verliet de kamer om zijn volk in te lichten.

Zeven uur later waren alle dieren verzameld in de aller grootste ruimte van het ondergrondse woestijnland.

Alle dieren stonden of zaten, in een enorme grote kring en midden in de kring stonden Grompie, De Poema en De Rat, op een groot platform.

Voor hun stonden microfoons en overal stonden speakers zodat alles goed te verstaan was.

Beste woestijnvolk, zei Grompie, we weten allemaal dat we de gevangenen zijn van de Tweekoppige Draak en zijn handlangers.

Al jaren leven we nu onder de grond en het woord tijd dat we in de aanval gaan en de Draken gaan verslaan.

Hier naast mij staan De Poema en De Rat, zij gaan ons helpen om ons land weer terug te krijgen.

De meeste van jullie weten dat De Poema onze Schaar heeft verslagen en zij dus weet hoe ze vechten moet.

Ook De Rat staat z'n mannetje en kan goed organiseren, dus hij heeft al een plan.

Nadat Grompie dit had gezegt, gaf hij het woord over aan De Rat en deze ging zo voor de microfoons staan dat hij goed te verstaan was.

Beste Woestijn volk, zei De Rat, mijn plan is het volgende: wij zitten al onder de grond en graven hier vandaan door naar Het Land van De Sterren.

Zo gaan we zonder dat De Draken het merken, onder Niemands Land door naar Het Land Van De Sterren.

We halen het water en verslaan met de hulp van De Sterren, De Tweekoppige Draak en zijn negentien handlangers.

Ik weet dat het simpeller klinkt dan dat het is, zei De Rat verder, maar met z'n allen zijn we heel sterk en kunnen we die Draken best aan.

De Poema en ik hebben al een list bedacht, hoe we het kunnen doen, sprak De Rat verder.

Alle Egels en woestijn Ratten, gaan samen met De Poema en mij graven.

Wij graven de lange gang onder de grond van Niemands Land door, naar het land van de sterren.

Een deel blijft hier en gaat zo nu en dan even boven de grond, zodat het lijkt of we hier nog zijn.

Mocht er onraad zijn ? meld dit dan direct bij Grompie, want er mag niets verkeerd gaan.

Heeft iedereen het nu een beetje begrepen, of zijn er nog vragen ? vroeg De Rat en keek de kring rond.

Alle dieren hadden het begrepen en iedereen wist wat zijn of haar taak was en kalm begonnen ze met z'n allen aan de strijd.

Egels en Woestijn Ratten, graven met z'n allen een lange en brede gang onder de grond door.

Hazen rende op en neer van onder de grond naar boven, met kruiwagens vol zand en verspreide dit over De Woestijn.

Vleermuizen vlogen in het rond en hielden met hun scherpe ogen, de omgeving heelgoed in de gaten.

Iedereen werkte heel hard aan de lange gang en de tijd vloog voorbij.

De dieren werkte dag en nacht, in ploegen door en s'avonds en s'nachts, werd de wacht verscherpt.

Na bijna vier weken dag en nacht door gegraven te hebben, bereikte ze Niemands Land en zaten ze pal onder De Draken.

Ze zaten nu iets meer dan over de helft naar Het Land Van De Sterren en De Rat had opdracht gegeven, om nu heel voorzichtig te zijn.

Iedereen was dood stil en met zo weinig mogelijk geluid, groeven ze onder Niemands Land door.

Iets minder dan drie weken daarna, bereikte ze dan eindelijk Het Land Van De Sterren.

Nu moesten ze nog stiller en nog voorzichtiger zijn, want een misrekening en alles kon voor niets zijn.

De Rat moest nu zijn oren heelgoed spitsen en zijn instinct nu extra laten werken, want anders wist hij niet of hij wel werkelijk onder Het Land Van De Sterren zat.

Stel je voor dat hij zich zou vergissen en ze bij de draken boven de grond zouden komen, De Rat moest er niet aan denken.

Even Stond De Rat doodstil, hij keek naar De Poema en deze knikte zachtjes van: ja.

Daar gingen ze, ze groeven nu met z'n allen, kaarsrecht naar boven en hun harten bonkte van angst.

Stel je voor dat ze niet onder Het Land Van De Sterren zaten en bij De Draken kwamen, wat dan ?

Plots hield iedereen stil, ze waren nu nog enkele metertjes onder de grond en nog heel even en ze hadden open lucht bereikt.

De Rat spitste opnieuw zijn oren en hij waagde het er toen maar op.

Plof! het laatste stukje aarde plofte omhoog en een fel licht verblinde De Rat.

Even was er groot paniek maar al snel wist De Rat dat ze veilig waren.

Jawel, ze hadden het gered en waren pal onder Het Land Van De Sterren uitgekomen.

De Sterren waren heel blij dat ze Het Woestijnvolk weer zagen en ook De Poema en De Rat, werden met veel liefde onthaald.

Alle dieren kregen goed te eten en te drinken, van De Sterren en na hun maaltijd rustte iedereen eens goed uit.

Twee dagen had het geduurd eer iedereen weer echt fit was en ze weer verder konden.

Luister: sprak De Rat, De Sterren gaan ons helpen om het water hierheen te halen.

Alle dieren nemen zoveel water mee terug als dat ze dragen kunnen en wees voorzichtig.

Daar achter mij staat een hele grote kuip en daar past duizenden liters water in en De Rat wees naar een heel hoge en brede kuip.

Nadat De Rat dit zei, keek hij in het rond en zei: ok volk laten we vertrekken.

Iedereen liep een richting op, de richting van het water dat pal achter Het Land Van De Sterren lag.

Drie dagen lang liepen alle dieren heen en weer met water te sjouwen en de kuip raakte aardig vol.

Op de vierde dag riep De Rat weer iedereen bij zich en zei: gisteravond is een Haas vertrokken om Grompie op te halen.

Wij moeten er nu voor zorgen dat Grompie ongehinderd hierheen kan komen.

De ondergrondse gang is te klein voor hem, dus hij zal boven de grond moeten blijven.

Via Woestijnland komt hij richting Niemandsland en als hij die bijna heeft bereikt, gaan wij in de aanval.

De Poema gaat met de ene ploeg via het oosten, ik zelf ga met een ploeg via bewesten.

De sterren gaan met een ploeg hier vandaan, via het noorden dus en Grompie komt uit het zuiden vandaan.

Gewapend met water en samenwerking, gaan we De Tweekoppige Draak en zijn Draken verslaan.

Nadat De Rat dit had gezegd, keek hij De Poema aan en deze zei: eindelijk weer eens actie.

De Rat lachte en iedereen klapte en juichte van plezier en ook wel van de spanning.

Daar gingen ze ieder een kant op, gewapend met water gingen ze richting Niemandsland.

Ondertussen (in Niemandsland zelf) zat De Tweekoppige Draak niets vermoedend met zijn negentien handlangers te lachen en te praten.

Ha ha zei De Tweekoppige Draak, dit landje is mooi van ons en straks nemen we ook Het Land Van De Sterren in.

Die logge slak is toch met zijn volk diep onder de grond gedoken, dus daar hebben we geen last meer van.

Ha ha ha, lachte De Tweekoppige Draak weer, wat een lafbek was het h en hij keek naar De Draken.

Je had die slak moeten zien toen ik hem met mijn vlam zowat roosterde, zei De Tweekoppige Draak weer verder.

Ha ha hij kromp van angst en wist niet hoe snel hij en z'n volk moesten verdwijnen.

Ja die Sterren gaan er ook aan, ook hun land wil ik er nu bij en weer keek De Tweekoppige Draak naar zijn handlangers.

Maar ondertussen niet ver van Niemandsland, naderde van alle kanten kleine stipjes.

De stipjes werden steeds groter en groter en als je goed keek, zag je van alle kanten sterren en dieren naderen.

Ook Grompie naderde nu snel en de grond begon al lichtjes te trillen.

Waaat, waaat, wat is er aan de hand ? zei De Tweekoppige Draak in Niemandsland en verschrikt sprong hij op.

De grond begon nu hevig te trillen en toen De Tweekoppige Draak om zich heen keek, zag hij tot zijn schrik dat hij omsingeld was.

In de aanval, schreeuwde De Tweekoppige Draak tegen zijn Draken, maar ze waren al te laat.

Overal rondom De Draken, waren Sterren en dieren en zelfs Grompie stond levensgroot pal voor De Draken.

Iedereen smeet het water over De Tweekoppige Draak en zijn negentien handlangers.

De Draken brulde en sloegen met hun staart naar de dieren om hun heen.

De Tweekoppige Draak draaide zijn linker kop naar De Rat en zijn rechter kop naar De Poema toe.

Pas op ! schreeuwde Grompie en De Poema sprong opzij, maar De Rat was net iets te langzaam.

Klap ! met zijn scherpe kaken hapte De Tweekoppige Draak naar De Rat en beet hem in zijn linker achterpoot.

Aaaahh ! gilde De Rat, want in het gevecht met Schaar was zijn linker achterpoot gebroken geweest en sindsdien heeft De Rat daar heelveel last van.

De Rat kromp van pijn in elkaar en De Poema werd zo woest, dat ze met al haar snelheid op de rechter kop van De Tweekoppige Draak af vloog.

Ook Grompie ging in de aanval en sloeg hard met zijn schelp, tegen de linker kop van De Tweekoppige Draak.

De negentien handlangers van De Tweekoppige Draak snelde hun baas snel te hulp, maar ook Grompies volk was er nog.

Alle Egels rolde zich op en schoten hun stekels op De Draken af en De Vleermuizen beten en krapte.

De Hazen stampte, bete en krapte terwijl ook Grompie door bleef slaan met zijn enorme schelp.

De Poema vocht met al haar krachten en ook De Rat vocht hard mee, ondanks zijn zere poot.

De Sterren smeten met water over De Draken en zorgde er wel voor, dat ze zelf niet geraakt werden.

Het was een hard en woest gevecht en nadat de stofwolken weer waren verdwenen, waren De Tweekoppige Draak en zijn negentien handlangers overmeesterd.

De poema had haar nagels nog steeds uit en haar tanden waren ontbloot.

Woest keek ze naar De Tweekoppigedraak, die bibberend voor haar stond.

De Rat keek naar zijn linker achterpoot en daar drupte wat bloed uit, maar ze hadden gewonnen.

Ook hij keek woest naar De Tweekoppige Draak en De Rat zei: zo nu zijn de rollen omgedraaid en zijn wij hier de baas.

Niemandsland is weer bevrijd en jullie moeten hier zo snel mogelijk verdwijnen.

De Tweekoppige Draak en zijn negentien handlangers, werden vast gebonden en mee gesleept naar de grens van Niemandsland.

Daar werden ze los gemaakt en verjaagd door de Dieren Van De Woestijn en door De Sterren.

Verdwijn riepen ze en De Draken vluchtte zo snel ze konden en waren blij dat ze nog leefde.

Zo zei De Poema, dat hebben we weer mooi gedaan, die sukkels hebben we mooi verslagen.

Ik weet zeker dat ze niet meer terug durven komen en dat Julie voortaan veilig zijn.

Jawel zei Grompie tegen zijn volk, we kunnen eindelijk weer boven de grond gaan leven.

Dankzei De Rat en De Poema, kunnen we weer veilig over Niemandsland en kunnen we weer naar Het Land Van de Sterren.

Jawel, riepen De Sterren en zoals belooft krijgt De Poema voor haar hulp, de kroon van De Sterren.

Toen de avond inviel, was er in Niemandsland een heel groot feest en De Poema werd gekroont tot De Sterrenkoningin.

Rinnnngggg, Rinnnnggg, de wekker ging af en het meisje opende nog half slapend haar ogen en met een glimlach zei ze zacht: jawel, ik ben De Sterrenkoningin.

EINDE ?










Wil je weer naar de top ? klik dan twee keer met je muis op deze pagina. Groetjes: Robbie





















>