Verschillende
seances Sir Oliver Lodge (de bekende engelse natuurkundige) zei in
1963: er moeten velen in uw wereld zijn die nieuwsgierig zijn hoe wij,
de zogenaamde doden, met u op vogale wijze kunnen kommuniceren en al is
het slechts voor een kort ogenblik van uw tijd. Onze persoonlijkheden,
onze spraak, kunnen aannemen om enig bewijs te kunnen leveren van
individuele persoonlijkheid en karakter en in sommige gevallen, van
herkenbare verwantschap of band in het verleden.
Om een lang gesprek te voeren, om gedachten helder en duidelijk in
geluid aan u door te geven, opdat u kunt weten wat wij op u trachten
over te brengen is opzichzelf een onderneming waarvoor vele mensen aan
deze zijde benodigd zijn.
Een hele groep eigenlijk.
Er zijn er wiens taak het is om zo goed mogelijk een replica van de
stemorganen te construeren, die voor het spreken nodig zijn, uit het
ectoplasma, de stof die hoofdzakelijk aan het medium onttrokken wordt.
Deze substantie is een levenskracht waardoor wij met u kunnen
communiceren.
Sommige entiteiten kunnen zich moeilijk in het engels verstaanbaar
maken, zoals deze Poolse dame: Miszka B.Greene:
Vriend, kunt u een omschrijving geven van de omgeving waarin u nu
leeft, van uw sfeer ? Miszka: Ik niet… ik niet begrijpen.
B.Greene: U begrijpt het niet ?
Miszka: Ik begrijp altijd alles, engels..nee,compre…(Gevolgd door
Poolse woorden)
Veel mensen, Januku ? is hier. Januku is mijn vriend..vriend..ik houd
van Januku.
Ook dood, dood, Januku.
Ik, ik, Januku amour, begrijpt u amour ?
B.Greene: ja compris, ja.
Miszka: Hier ik, hij, hij dood, oorlog (Gevolgd door Poolse woorden)
Vervolgens een gesprek tussen een moeder en haar zoon (Mike Fearon, die
bij de invasie tijdens de tweede wereldoorlog sneuvelde)
Moeder: Het lijkt zo lang sinds we elkaar voor het laats spraken.
Michael: Ja, ik neem aan dat je dat zo voelt.
Moeder: O’een verschrikkelijke tijd Mike.
Michael: Maar ik ben voortdurend bij je geweest, ik kom bijna
dagelijks, zodat ik altijd een soort van contact voel.
Misschien heb je dat gevoel niet omdat je niet de gelegenheid hebt om
zo vaak met me te spreken, maar ik voel dat contact eigenlijk steeds.
Moeder: Is het niet fijner om hardop te praten, Mike ?
Michael: O’ja, het is veel bevredigender.
Ik bedoel ik vind het fijn om met je te komen praten, het is een pracht
gelegenheid en het betekent zo veel voor mij en ook voor anderen die de
gelegenheid hebben om door te komen om met mensen op aarde te spreken,
die zij lief hebben.
Het zou zo geheel anders voor mensen zijn als zij dit begrepen en
beseften dat de dood niet is wat zij denken.
Het betekent niet het verbreken van contact tussen ons.
Moeder: Dood bestaat toch niet ?
Michael: Het is slechts een illusie, de dood bestaat slechts in de
menselijke geest…..
George Ohlson was een vriend van de zitters:
Ohlson: Hallo Greene, hallo Betty.
B.Greene: Hallo wie is daar ?
Ohlson: Lieve hemel, ik ben Ohlson, hoe maken jullie het ?
S.G.Woods: Oh, best….en hoe gaat het met jou ?
Ohlson: Erg goed, ik heb er geen spijt van, ik voel me er gelukkig.
Ik zou niet terug willen keren al bood je me al het goud van China, ik
ben volkomen gelukkig tevreden en ik weet niet hoe ik je kan vertellen
hoe geweldig het is om dood te zijn.
Ik heb nooit geweten… wel, je weet dat ik hier erg geïnteresseerd in
was en naar de bijeenkomsten en seances ging.
Ik weet dat dat een paar jaar geleden is.
Mijn hemel, mensen mogen zich gelukkig prijzen de dag dat zij de hoek
omgaan.
Mary Ivan, een schotse vrouw, beschreef haar overgang als volgt:
B.Geene: Maar Mary, waar bevond je je ?
In wat voor omstandigheden….?
Mary Ivan: O’ik werd in een soort ziekenhuis wakker.
Ik dacht, wat is dit ? omdat ik in mijn eigen huis had gelegen en weet
u, ik was bedlegerig en zo en ik had een zuster die voor mij zorgde en
ik herinner me dat ik hier wakker werd en ik was in een soort zaal, in
een ziekenhuis, maar erg mooi en schoon.
Alles zag er zo fris en luchtig uit… ik dacht, wat vreemd, ik ben er
zeker van dat ik thuis in mijn eigen bed lag en nu ben ik in een
ziekenhuis.
Ik moet dus in coma geweest zijn en ze moeten me hier naar toe hebben
gebracht.
Ik voelde niet dat ik dood was.
Toen kon ik na een poosje andere zielen om mij heen zien liggen en er
was een schattig meisje in een bed naast mij, met blonde haren, het was
zo’n lief kind.
Zij zat rechtop en babbelde maar.
Zij toonde me een paar dingen die ze had, een pop en wat boeken en
dingen en zij zei: is het niet fijn om hier te zijn ? ik ben zo
gelukkig.
Ik zei: ja dat is erg mooi, maar wat scheelt er met jou ?
Zij zegt: O’ ik heb difterie.
Ik zei: nou je zou niet zeggen dat je difterie hebt, je ziet er zo fris
als een madeliefje uit en je bent zo vrolijk en opgewekt.
Weet u, ik kon me niet voorstellen dat er iets mis was met dat meisje
en ik zei: hoe lang ben je hier al ?
Zij zei: ik ben net gekomen, maar ik ben wel gelukkig.
Ik zei: dat kan ik zien.
In elk geval zag ik toen mijn zuster op mij toekomen en ik was zo
verbaast, want weet u, ik had een zuster, maar zij was erg jong
gestorven, toen ik zo’n twaalf jaar was.
Wij noemden haar Kate.
Ik dacht dat is vreemd, Kate kan niet hier zijn, Kate is dood en daar
was zij en zij kwam op mij toe met een grote bos bloemen in haar armen.
Prachtige bloemen waren dat, fris met dauw er op en zij zei: kijk, ik
heb dit voor je meegebracht.
Wij zijn zo blij dat je gekomen bent en zij zei: moeder komt ook gauw
en pa ook.
Ik zeg: nee dat is onmogelijk, ik zei: in elk geval, hoe kom jij hier ?
jij bent niet van hier, jij bent dood.
Zij zegt: O’, doe niet zo mal, ja, ik ben dood, maar jij ook.
Ik zei: ik ben levend en wel, ik ben in het ziekenhuis, maar hoe kwam
jij binnen ? zag iemand je toen je binnen kwam ?
Ze zegt: ja, zij zagen me allemaal binnenkomen, omdat ze hier allemaal
dood zijn.
Ik begrijp hier niets van en dat kleine ding in het bed naast mij zat
mij aan te kijken en zei: ja
is dat waar ? zijn we dood ? en die dame, zei ze, is zij werkelijk ook
dood ?
Nou zij is mijn zuster en zij is gestorven en als zij dood is, dan
moeten wij ook dood zijn, maar we zijn levend ?
Oscar Wilde, de geestige engelse schrijver vertelt dit over zijn
wereld:
Onze wereld heeft, zoals u ongetwijfeld al gehoord heeft, in zeker
opzicht veel gemeen met uw aarde.
Wij hebben alle soorten landschappen, die u gewend is, zelfs veel
mooier.
De natuur, die u kent, bestaat hier ook, maar de slechtere aspecten, of
de irriterende aspecten bestaan hier niet.
Wij hebben b.v. geen schadelijke insecten, zoals: vliegen en oorwurmen
en alle irriterende dingen die de natuur heeft bekokstoofd om de mens
te ergeren, die schijnen gelukkig verdwenen te zijn.
Wij schijnen alle schoonheid en pracht van de natuur te hebben zonder
alle kleine pestbeesten. Geen vliegen meppen meer;
O, ik kende eens een vrouw die niets liever deed dan de hele middag met
een vliegenmepper in een stoel te zitten.
Dat was haar mep middag.
Ik denk vaak wat ze hier zou moeten doen zonder vliegen te kunnen
meppen;
O, dat is lang geleden, alles is veranderd.
Als ik Londen zie, herken ik het nauwelijks.
God zij dank dat ik voor mijn tijd leefde.
Bessie Smith was een slavin op de katoenvelden van Alabama, V.S.
Bessie: Weet u wat ik ook heb ?
B.Greene: Nee ?
Bessie: Ik heb de chicste schoenen die u ooit gezien heeft.
Greene/Woods: Werkelijk ?
Bessie: Nou en of.
B.Greene: Je had zeker geen schoenen aan in de katoen plantages he ?
Bessie: Nee, maar ik heb werkelijk mooie schoenen.
Ik had altijd al een paar goede schoenen willen hebben en een van de
eerste dingen die ze me gaven toen ik hier kwam, waren die
prachtschoenen.
B.Greene: Hoe zien ze er uit Bessie ?
Bessie: O, zij zijn zo mooi.
B.Greene: Kan je ze niet voor ons beschrijven ?
Bessie: Ja hoor, ze hebben flinke hakken en zij zijn mooi en zwart en
ze hebben balletjes. Woods/Greene: Beeldig.
Bessie: En mijn haar, O, als u mijn haar zou kunnen zien, ik was zo
blij met mijn haar.
Het is werkelijk mooi en glad en lang, weet u.
Ik pas op de kleintjes.
B.Greene: Pas je op de kleintjes ?
Bessie: Ja, ik help ze over en begeleid ze als ze hier zijn, als ze
geen mama en papa hier hebben.
Als ik op een of andere wijze kan helpen dan doe ik dat, weet u.
Ik help sommige andere mensen ook, weet u.
Ik onderwijs ook op school.
Woods: Wat leer je ze ?
Bessie: Ik heb geen onderwijs gehad aan uw zijde van het leven.
Maar ik ben gek op leren sinds ik hier ben.
Jongen, jongen, ik kan niet genoeg uitvinden over onderwijs.
Ik wilde dit weten en dat weten en weet u, ze zeggen me: je wilt te
veel, te spoedig weten. Dus zeg ik: maar ik moet leren, ik moet een
boel inhalen en ik heb gestudeerd en gestudeerd en nu neus ik rond of
ze nog meer dingen te leren hebben.
Jongen, ben ik blij een onderwijzeres te zijn.
Ik houd van leren.
Vindt u onderwijs ook zo’n geweldig iets ?
Bobby Tracey was een 5 jaar oud jongetje:
Bobby: Ik houd van schilderen.
Ik heb een schilderdoos en ik heb papier en ik maak tekeningen.
B.Greene: Prachtig, hield je daarvan toen je aan deze zijde was ?
Bobby: Ja, maar ik kan nu goed tekenen, ik heb goed porspektief, ja,
erg goed, meester zegt ik heb goed prospectief.
Woods: Is je vader aan die zijde, Bobby ?
Bobby: O’ nee, hij heeft een andere vrouw nu, mammie en ik gaan hem
soms opzoeken, maar hij heeft een andere vrouw.
B.Greene: Gingen jij en je mammie gezamenlijk over, Bobby ?
Bobby: Ja, wij is overgegaan, wij gedood, wij was gedood in een, in
een, in een botsing. B.Greene: In een auto botsing ?
Bobby: Op de weg, ja…..
Barton was een kerkhervormer die in Engeland op de brandstapel stierf
Barton: Vanmorgen zijn hier veel mensen.
Sommigen onder hun zijn kennelijk van sfeer en die ver van de aarde
verwijderd zijn en anderen leven in een sfeer, die veel weg heeft van
de uwe.
Daar bedoel ik mee, dat er veel aspecten in hun leven zijn die heel
gewoon als de uwe zouden kunnen doorgaan, omdat mensen innerlijk nog
steeds op een materieel niveau denken en daarom bewonen ze een wereld
die veel overeenkomst schijnt te hebben met de uwe.
Zoals u weet zijn gedachten hier van overwegend belang: een mens is
zoals hij denkt en de toestand van sommige mensen is zo dat zij voor
zichzelf een levenssfeer scheppen die het best bij hun past.
Zij komen in een omgeving die het beste bij hun past en waaraan zij
zelf hebben bijgedragen, zonder dat zij dat altijd misschien beseften.
Toch hebben zij daaraan min of meer meegewerkt.
Maar degene die naar hogere sferen, of naar hogere bestaansvormen zijn
geëvalueerd hebben een leven dat heel anders en ver verwijderd van de
aarde, of zelfs van de levenscondities nabij de aarde is.
Men ontkomt er dus niet aan dat men verschillende meningen en
onderliggen verschillen krijgt naar gelang de ervaring en de kennis van
elk van de verschillende mensen, die doorkomen.
Elisabeth Fry was een moedige quaker, die zich inzette voor
verbeteringen in het gevangeniswezen
Elisabeth: Wat ik wil zeggen is dat er geen leiders als zodanig hier
zijn.
Wij hebben een organisatie die zo subtiel en toch zo natuurlijk is
omdat een mens hier in zekere zin geen bevelen geeft.
Wij hebben groepen van zielen die speciaal werk doen.
Maar wij beseffen allen vanzelf in ons binnenste wat onze taak is en
welk werk wij moeten doen en wij beseffen dat wij allen met elkaar zijn
verweven.
Ik denk dat het komt omdat wij ons allen zeer bewust zijn van de
eenheid van geest.
Hier is er niemand trots op om leider te zijn, terwijl bijvoorbeeld in
uw wereld in religieuze en politieke organisaties je wel dit soort van
verheerlijking van het individu hebt.
Het eerste dat men hier moet leren als men vooruit wil komen, is om dat
gevoel van eigen belangrijkheid kwijt te raken.
Degene, die werkelijk geëvolueerd zijn aan deze zijde geven nimmer,
nimmer, die indruk, omdat het gewoon niet in hun wezen licht om zich
belangrijk voor te willen doen.
Wij bepraten en doen alles in een volkomen onderlinge liefde en
harmonie.
Niemand wenst een ander te overvleugelen.
Al onze invloed is voor het goede en in liefde.
Daarom hebben wij aan deze zijde geen organisatie als zodanig.
Wij erkennen geen leiders op deze wijze waarop u dat doet.
In 1959 kwam een entiteit door die bij navraag gesproken bleek te
hebben via een ziel op een lagere sfeer, het was: Confucius.
Mrs.Greene: Mag ik vragen wie er spreekt ?
Confucius: Ik heb in uw aardse sfeer eeuwen geleden geleefd in China.
Ik werd met verschillende namen aangesproken en ik meen dat er geen
enkel doel mee gediend wordt dat u deze namen waaronder ik bekend
stond, weet.
Want als een mens die wijs was bij uw aardse normen, de poorten van de
dood doorgaat, dan beseft hij dat zijn aardse wijsheid niets betekent.
Wijsheid is slechts een geestestoestand of een staat van zijn, die
allen van toepassing is tot het moment tot men naar een hoger plan
evolueert.
De wijsheid van het verleden wordt onwetendheid vergeleken met de
wijsheid van tegenwoordig.
De mens is alleen groot als hij eerst heel nederig wordt.
Hoe nederiger een mens is, hoe meer kans er is dat hij geestelijk
bewust en gewaar wordt.
Zij die hoge waarheden zoeken moeten eerst beseffen dat die alleen
gevonden kunnen worden als men alle materiele dingen aflegt, die
mentaal, fysiek en spiritueel ketenen.
Want, tenzij wij als kinderen worden, verlangend om te weten, om te
leren en te begrijpen, tenzij wij geduld leren en geloof hebben in onze
goddelijke vader, tenzij wij beseffen dat wij als kinderen moeten
worden, kunnen wij het koninkrijk der hemelen niet binnengaan, hetgeen
betekent dat u de mysteriën en de geweldige waarheden niet kan
binnentreden, want u moet eerst dat geloof en die open geest hebben.
En tenslotte Dr.Cosmo
Lang, wijlen de aartsbisschop van Canterbury
Dr.Cosmo: Ik zeg u, er is slechts een manier waarop de wereld van
zichzelf gered kan worden en dat is door het besef dat liefde alle
dingen overwint, dat zij die u voorgegaan zijn, met u meeleven, ieder
van u.
Wij komen terug naar uw wereld om te trachten de barrières te slechten
die u door domheid en onwetendheid door de eeuwen heen geschapen heeft
en wij kloppen op uw deur en hopen en bidden dat u die iets wilt openen
zodat wij binnen mogen komen om u van u zelf te redden.