Pag 001: Even Voorstellen 
 Pag 002: Mijn Laatste Nieuws 
 Pag 003: Zomaar Wat 
 Pag 004: Moppen (1) 
 Pag 005: De Zeven Maskers 
 Pag 006: In Memoriam 
 Pag 007: Games Room 
 Pag 008: Vadertje Tijd 
 Pag 009: Ellen Terry (1) 
 Pag 010: Leuke Websites (1) 
 Pag 011: Oude Tijd (1) 
 Pag 012: De Keuken Van Maggi 
 Pag 013: Blow Kabouters 
 Pag 014: Mijn Gedichten 
 Pag 015: Baby Drunk 
 Pag 016: Gothic Dolls 
 Pag 017: Uit Je Bol 
 Pag 018: Moppen (2) 
 Pag 019: Oude Tijd (2) 
 Pag 020: Ellen Terry (2) 
 Pag 021: Stof Tot Nadenken 
 Pag 022: Zorro 
 Pag 023: Joke 
 Pag 024: Linkpartners (1) 
 Pag 025: Leuke Websites (2) 
 Pag 026: Grompie 
 Pag 027: Garfield (Jim Davis) 
 Pag 028: Seances 
 Pag 029: Miranda Borst 
 Pag 030: Voor De Jeugd 
 Pag 031: Moppen (3) 
 Pag 032: Dolls 
 Pag 033: Tekeningen 
 Pag 034: Boven De Zestien 
 Pag 035: Uit Het Leven Gegrepen 
 Pag 036: Oude Tijd (3) 
 Pag 037: Het Alfabet (1) 
 Pag 038: Leden Goedbegin (1) 
 Pag 039: Moppen (4) 
 Pag 040: Globe 
 Pag 041: Strips (1) 
 Pag 042: Valthermond 
 Pag 043: Beckham 
 Pag 044: Mahatma Gandhi 
 Pag 045: Jarig 
 Pag 046: Drie Op Een 
 Pag 047: Oude Tijd (4) 
 Pag 048: Moppen (5) 
 Pag 049: De Vloek Van Nimue 
 Pag 050: Leuke Websites (3) 
 Pag 051: Onder Water 
 Pag 052: Elfjes 
 Pag 053: Leuke Banner 
 Pag 054: Linkpartners (2) 
 Pag 055: Oude Tijd (5) 
 Pag 056: Actualiteiten 
 Pag 057: Baby Kick 
 Pag 058: Gewoon Leuk (1) 
 Pag 059: Randgroep Jongeren 
 Pag 060: Moppen (6) 
 Pag 061: Chatt Room 
 Pag 062: Toegestuurd 
 Pag 063: Het Alfabet (2) 
 Pag 064: Date 
 Pag 065: Wolven 
 Pag 066: Grapje 
 Pag 067: Rijlestheorie 
 Pag 068: Fotos Familie (1) 
 Pag 069: Boven De Zestien (2) 
 Pag 070: Theehuis Poolshoogte 
 Pag 071: Gratis Neopet 
 Pag 072: Even Genieten 
 Pag 073: De Leukste Sites 
 Pag 074: Toplisten Goedbegin (1) 
 Pag 075: Oude Tijd (6) 
 Pag 076: Erg Handig 
 Pag 077: Nog Eenkeer 
 Pag 078: Emmen Dierentuin 
 Pag 079: Moppen (7) 
 Pag 080: Hotel Merlijn 
 Pag 081: Kalenders 
 Pag 082: Fotos Familie (2) 
 Pag 083: Anjulis Weblog 
 Pag 084: Toplisten Goedbegin (2) 
 Pag 085: Studentenwerk 
 Pag 086: Harrie Uit Drenthe 
 Pag 087: Sieraden B-Bijoux 
 Pag 088: Gewoon Leuk (2) 
 Pag 089: Niets Te Danken 
 Pag 090: duivel 
 Pag 091: Klokken (1) 
 Pag 092: Beste Vriend Verloren 
 Pag 093: Ayubowan Yaluva 
 Pag 094: Disney 
 Pag 095: Fotos Jeugd 
 Pag 096: Mijn Awards 
 Pag 097: Toplisten Goedbegin (3) 
 Pag 098: Amsterdam 
 Pag 099: Films-T.V-Bioscoop 
 Pag 100: Leden Goedbegin (2) 
 Pag 101: Poesen 
 Pag 102: Was Jij Nog Hier 
 Pag 103: Goede Doel 
 Pag 104: Klokken (2) 
 Pag 105: Mijn Kinderen 
 Pag 106: Nieuwe Dingen 
 Pag 107: E-Cards 
 Pag 108: Teddybeer 
 Pag 109: Scholierenwerk 
 Pag 110: Gloednieuw 
 Pag 111: Forum Robbie 
 Pag 112: Tattoo 
 Pag 113: Strips (2) 
 Pag 114: Joke Mijn Ster 
 Pag 115: Love 
 Pag 116: Test Pagina 
 Pag 117: Lena's Beads 
 Pag 118: André Hazes 
 Pag 119: Oeps 
 Pag 120: Mijn Bloementuin 
 Pag 121: Herboren 
 Pag 122: Kanaries 
 Pag 123: Op De Boerderij 
 Pag 124: Borderline 
 Pag 125: In De Maak 
 Pag 126: Tot Kijk 
 Pag 127: Statistieken 
 Pag 128: Het Alfabet (3) 
 Pag 129: Speciale linken 
 Pag 130: Even Bij Je Zijn 
 Pag 131: Zoek De Foto 
 Pag 132: Karate Kimberley 
 Pag 133: Vrijdag De 13de 
 Pag 134: tweedehands kinderkle 
 Pag 135: De Tamme Rat 
 Pag 136: Suzanne Wisman 
 Pag 137: PSV - AJAX 
 Pag 138: kattenkwaad 
 Pag 139: zoek en vind 
 Pag 140: De Zeven Maskers 2 
 Pag 141: Nadenker 
 Pag 142: 100 Jaar Kalender 
 Pag 143: De Natuur 
 Pag 144: Voetbal Uitslagen 
 Pag 145: Nathalie 1 
 Pag 146: Nathalie 2 
 Pag 147: Nathalie 3 
 Pag 148: Strip 
 Pag 149: Olivoetbal 
 Pag 150: Bij De Kapper 
 Pag 151: Honing 
 Pag 152: M & M 
 Pag 153: Even geen kinderen 
 Pag 154: Weg gedaan 
 Pag 155: Heel hard 
 Pag 156: Brief van een moeder 
 Pag 157: Eenentwintigen 
 Pag 158: Fantasy 
 Pag 159: De Zeven Maskers 3 
 Pag 160: Troost 
 Pag 161: Spreuken 
 Pag 162: Gedichten 
 Pag 163: Nog meer 
 Pag 164: Antiek 
 Pag 165: Aquarium 
 Pag 166: Tot Ziens 
 Pag 167: Middeleeuwen 
 Pag 168: Het Alfabet (4) 
 Pag 169: Regen 
 Pag 170: 3D 
 Pag 171: Haai 
 Pag 172: Vlindertuin 
 Pag 173: Miss Piggy 
 Pag 174: 17 September 
 Pag 175: 1 heel klein sterretje 
 Pag 176: Wie Zaaid 
 Pag 177: Lichtpuntje 
 Pag 178: Anthon Pieck 
 Pag 179: Wuppies 
 Pag 180: Liegen of waarheid 
 Pag 181: Roken 
 Pag 182: El-camino-del-indigena 
 Pag 183: Tijd en Ouderdom 
 Pag 184: Licht Uit 
 Pag 185: Computer Tips 
 Pag 186: Mijn Moeder 
 Pag 187: Identiteitsbewijs 
 Pag 188: Een Engel erbij 
 Pag 189: Dank Woord 
 Pag 190: Word vervolgd 
 Pag 191: Eindelijk
 Pag 192: Wennen
 Pag 193: Feestdagen
 Pag 194: 2009
 Pag 195: Hokjes
 Pag 196: Opnieuw
 Pag 197: Eindelijk 2
 Pag 198: Dierenriem
 Pag 199: Wat Leuks
 Pag 200: Vervolg

 



HotelMerlijn


HotelMerlijn1
HotelMerlijn2


HotelMerlijn3


Ergens heel ver weg, kroop een ouwe grijzerat uit het riool

De ouwe grijzerat keek naar de hemel, die vol met sterren stond

Ach ! dacht De Rat, hoe zou het met De Panter gaan ?

Diep in het bos zat een Valk en z'n ogen tuurde door de schemering

Hoog boven op een tak (twee bomen verderop) zat een Raaf, waar tuur je zo naar ?

vroeg De Raaf

Ach ! sprak De Valk, ik zit meer te denken dan te kijken

O', zei De Raaf weer en waar denk je dan aan ?

Tja ! sprak De Valk, ik dacht aan die ouwe grijze Tovenaar

O' zei De Raaf weer, welke Tovenaar ? en hij keek vragend naar De Valk

Merlijn uit het verre grote bos, in z'n huisje helemaal alleen, zei De valk toen

Diep in het verre grote bos, zat een ouwe grijze tovenaar in z'n luie stoel, een boek te lezen

Plotseling (ergens in de hoek van de kamer) begon er een licht op te flitsen

Ha ! zei Merlijn (want zo hete die tovenaar) en kalm stond hij op uit z'n luie stoel

Merlijn lag het boek naast hem op een tafeltje en liep naar de hoek, waar het licht vandaan kwam

Op een kastje stond een kristallenglazenbol en Merlijn keek er in

Hel beeld lichte op en werd steeds sterker en sterker

Merlijn zag een welbekende oude markt met kraampjes

In een hoek van de markt stond een jong meisje en zij verkocht bloemen en planten

Merlijn keek naar het meisje en zij zag er vermoeid uit

Het meisje had lang donkerblond haar en ze droeg een brilletje

Het meisje lachte en Merlijn zag dat ze een beugeltje droeg, wat haar best leuk stond

Aha ! zei Merlijn en hij liep naar een grote houten trap

Merlijn daalde de trap af en liep de kelder in

Z'n ogen tuurde in het rond en Merlijn zocht iets

Plots vond hij wat hij zocht, in de hoek stond een oude houtenkist dat vol met stof lag

Merlijn liep naar de kist, maakte het slot open en deed het zware deksel open

Merlijn zocht en zocht en plotseling had hij het gevonden

Merlijn pakte een dik boek en op de kaft stond met grote letters: 1888, het logboek van De Rat

Merlijn keek nog eens in de kist en nam er een klein stokje uit

Aha ! zei Merlijn, hier is ook het rattenstokje en kalm sloot Merlijn de kist en liep de houten trap weer op naar boven toe

Merlijn nam weer plaats in z'n luie stoel en sloeg het oude logboek open en hij begon rustig te lezen

Op dat zelfde moment (ergens heel ver weg) stond op een markt, een meisje bij haar bloemen en planten

Ze keek door haar brilletje naar de kerkklok, kwart voorzes en het begon al te schemeren

Het meisje (dat Sterrenkoningin werd genoemd) pakte haar manden met bloemen en planten en zette deze op een grote houten kar

Bijna zes uur, snel naar huis want ik moet ook vanavond nog werken in het hotel, zei het meisje en keek om haar heen

Haar vriendinnetje (Pretoogje) kwam aan gerend en hielp haar mee de kar naar huis te brengen, zoals elke avond

Doei: ik ga en zie je later in hotel Merlijn, zei De Sterrenkoningin tegen Pretoogje en snel stapte ze op haar fiets en fietste naar het hotel, in het centrum


Ze zette haar fiets in de stalling en liep naar de achterkant van hotel Merlijn

Plots stond ze stil en keek naar een Wezel die stil in een hoekje stond

Hoi: zei de Sterrenkoningin tegen De Wezel (zij had de gave dat ze met alle dieren kon praten)

Je hebt zeker honger he ? zei De Sterrenkoningin en ze lachte naar De Wezel

Ja ! zei De Wezel, mijn maag knort en ik tol op mijn benen van de honger

De Sterrenkoningin lachte en zei: oké, kom maar mee maar wel stil zijn want ander gaat het mis

In de keuken van hotel Merlijn, stond een meisje aan de afwas (haar naam was Bekkentrekster)

Bekkentrekster zei (toen ze De Sterrenkoningin met De Wezel zag) wees voorzichtig want De Boedha heeft een rot bui en als hij De Wezel ziet vlieg je er gelijk uit

Ach ! zei De Sterrenkoningin De Peetvader is er ook nog en hij neemt het wel voor me op en ze gaf De Wezel, eten en drinken

Een oude grijzerat keek op dat zelfde moment nog een keer naar de sterren

Oké! dacht De Rat, ik denk dat ik maar eens op reis ga en De Panter ga bezoeken en hij rende over het veld

De oude grijzerat liep en liep en heel in de verte dreven er donkere wolken aan de hemel

Een fel licht, een harde klap en plots begon het hard te regenen

Merde ! dacht De Rat, ik moet nu snel een droog plekje vinden voor de nacht en snel liep hij verder en verder

De uren vlogen voorbij en heel in de verte, sloeg een oude kerkklok twaalf slagen

Spookuur ! dacht de oude grijzerat en even dacht hij terug aan vroeger

De Sterrenkoningin zat met Bekkentrekster aan een tafel in de keuken van hotel Merlijn

Zo ! zei bekkentrekster, onze tijd zit er bijna weer op en wij kunnen weer heerlijk naar huis

Ja ! zei De Sterrenkoningin en ze pakte vast haar spullen bij elkaar

Kra ! kra ! zei op dat zelfde moment een Raaf tegen een Valk, heb je het grote nieuws al gehoord ?

Welk nieuws ? vroeg De valk en De Raaf zei: dat van de jagers uit de grote stad

Ze vangen alle dieren van het bos, dus kijk maar goed uit

Ha ! zei De Valk, denk je nu echt dat ze mij kunnen vangen ? en hij keek naar De Raaf

O' jawel, zei De Raaf, wist je dat nog niet, de jagers zijn sluw en bezitten zware kooien

Ze hebben al drie dieren gevangen, een Wolvin, een Monkey en een zwarte Panter

Wat ! wat zei je daar ? zei De Valk, een zwarte Panter uit dit bos ?

Ja ! zei De Raaf, ik zei al, de jagers zijn sluw

Shit ! riep De valk, dan moet ik snel naar Merlijn voor z'n hulp en de Valk vloog snel weg

Verderop (diep in het grote bos) zat Merlijn nog steeds te lezen in het oude logboek uit 1888

Tik ! Tik ! Tik ! er werd tegen het raam getikt en Merlijn stond op uit z'n luie stoel en liep naar het raam

Merlijn opende het raam en zei: hee Ratjong, wat kom jij hier doen, nog zo laat in de nacht ?

De fee Fathima stuurt me, er is onraad in het bos en er zijn kwade jagers met zware kooien

O' nee, zei Merlijn, dat kan niet waar zijn, waar zijn ze en met hoeveel ?

Ze kammen het hele bos uit en iedereen word gevangen, zei Het Ratjong

Met hoeveel ze zijn weet ik niet, zei het Ratjong

Fathima zei dat je snel moest zijn want ze hebben ook De Panter gevangen


Wat ! Merde ! zei Merlijn en hij pakte snel het rattenstokje en tikte zeven keer op de grond

Poef ! en de oude grijze tovenaar was verdwenen

Moe, koud en hongerig, kroop een oude grijzerat naar een steeg en keek stil in het rond

Hier moet het toch ergens zijn, ik weet het zeker, zei de oude grijzerat

Regen kletterde uit de lucht, de straten werden goed nat en de putten stroomde over

Ook dat nog, dacht de oude grijzerat nog noodweer ook

Wat zoek je hier ? sprak een stem uit het donker en de oude grijzerat keek verschrikt op

Een Camelion stapte uit de schaduw en ze keek de oude grijzerat aan

Sorry, liet ik je schrikken ? vroeg ze met een zachte en lieve stem

Ja, zei de oude grijzerat ik verwachte op dit tijdstip niemand en ik zocht naar hotel Merlijn

Ach ! daar sta je vlak voor, zei de kameleon en ze lachte zacht naar de oude grijzerat

Ik zoek naar een plaatsje voor de nacht en hoop dat hier te vinden, zei de oude grijzerat tegen haar

Hier ? dat meen je niet, echt ? en ze begon plots hard te lachen

Hoezo ? waarom niet hier ? dit is toch een hotel of niet soms ? zei de oude grijzerat

Sorry dat ik lach, maar je hebt gelijk dit is wel degelijk een hotel, maar de bedrijfsleider hier

Ze noemen hem hier De Boedha en hij houd niet echt van dieren, zei de kameleon

Dus vergeet het maar, hij laat je er echt niet in en de kameleon zweeg even

Maar, sprak ze toen verder, mijn vriend de wezel is bevriend met de sterrenkoningin en zij helpt je wel

Wie is dat ? hoe vind ik haar ? vroeg de oude grijzerat en keek vragend naar de kameleon

Wacht hier maar, zei de kameleon ik zal haar wel even gaan halen

Laat je niet zien ik ben zo weer terug en de kameleon was plots verdwenen

Merde ! dacht de oude grijzerat en hij keek eens om zich heen

Dat is lang, lang geleden dat hier nog het kasteel van Merlijn De tovenaar stond, dacht de oude grijzerat en z'n ogen zochten naar een oude gevel

Daar vond hij wat hij zocht, in de gevel stond een datum: anno 1888, stond er op en later was er bij geschreven: hotel Merlijn voor jong en oud

Gniffel !de oude grijzerat moest er om lachen, open voor jong en oud en weer lachte hij

Hoi ! hier ben ik weer, sprak de stem van de kameleon en dit hier is de sterrenkoningin

De oude grijzerat draaide zich om en keek naar het meisje dat naast de kameleon stond

Ze keek door haar brilletje naar de oude grijzerat en lachte

Haar beugeltje glinsterde in het maanlicht en ze zei met een hele lieve stem

Jij bent dus de oude grijzerat ? welkom ik werk hier in hotel Merlijn

De kameleon zei me dat je op door reis bent en voor de nacht een slaap plaats zoekt

Ja zei de oude grijzerat, ik ben op door reis en kom van heel ver

Ik heb nog een lange weg te gaan en ben heel erg moe

Je treft het, zei de sterrenkoningin, ik ben nu vrij en ga straks naar mijn huis

Dus als je wil mag je met me mee voor deze nacht en ze keek naar de oude grijzerat

Ja graag, zei de oude grijzerat, dat zou heel aardig van je zijn en hij keek naar het lachende meisje

Goed, ik zal mijn spullen halen en neem dan gelijk ook wat eten uit de keuken mee, want je zal wel flink honger hebben

Ja graag zei de oude grijzerat en voordat de sterrenkoningin weg wou gaan vroeg hij:

Hoe komt het dat jij met de dieren kan praten ?

O' dat kon ik als kind al en een vriendin van mij, Loesje die vlakbij het bos woont, kan dit ook

Maar ik ga nu vlug mijn spullen pakken en de sterrenkoningin liep weg en verdween

Ik zei wel, de sterrenkoningin helpt alle dieren, zei de kameleon en ze lachte naar de oude grijzerat


De oude grijzerat keek haar aan en toen dwaalde z'n blik af naar de hemel, die vol met sterren stond

Het was weer droog en in de verte sloeg een kerkklok een uur

Een uur dacht de oude grijzerat, welkom in de twilightzone, zei hij toen zacht

Aha ! jij bent dus de oude grijzerat uit het riool, zei een stem in het donker

De oude grijzerat draaide zich snel om en keek in de ogen van een wezel

De wezel stond tussen de kameleon en de sterrenkoningin in en keek naar de oude grijzerat

Jawel sprak de oude grijzerat ik kom van ver en ga naar het bos

Het bos ? en wat ga je in het bos doen ? vroeg de wezel weer aan de oude grijzerat

De oude grijzerat lachte en zei: ik ga op bezoek bij een goede vriendin van mij

O' en wie mag dat dan wel niet zijn ? vroeg de wezel weer aan de oude grijzerat

De oude grijzerat lachte opnieuw en zei: de zwarte panter, zij woont in het bos en ik ken haar nog van vroeger

De sterrenkoningin keek en zei: kom het is al laat en we moeten nog een eindje voor we bij me thuis zijn

Ik moet nog een slaap plaats voor je maken en wat te eten, dus we moeten nu echt gaan

Dus je blijft vannacht ? vroeg de wezel weer aan de rat en deed net of hij de sterrenkoningin niet gehoord had

Jawel, morgen ga ik verder maar het is nu te laat om naar de panter te gaan en ik ben erg moe

Oké vooruit sprak de sterrenkoningin en met z'n viertjes gingen ze op weg naar het huis van de sterrenkoningin

Ergens ver weg in het bos, sloeg een kooi met een harde klap dicht

Een man (ze noemen hem: De Dwalende Tekenaar) liep op de kooi af en keek naar een vos, dat woest op de tralies af sprong

De Dwalende Tekenaar draaide zich om en liep langzaam bij de kooi vandaan en liep naar een tent, die iets verderop stond

Hoi ! zei een stem uit de kooi naast De vos, hoe heet jij ?

Ik ben Fox en wie ben jij ? vroeg de vos aan de stem naast hem

Ik ben de kleinerat en liet me dom genoeg vangen toen ik eten zocht

Kleinerat ? vroeg een stem uit een zware kooi, het kind van de oude grijzerat ?

Jawel, sprak de kleinerat, dat is mijn vader en wie ben jij ?

Ik ben de zwarte panter, lang geleden was ik een vriendin van je pa, ik ken hem goed en beleefde vele avonturen met hem

Hee ! zei een stem uit een grote houten kist, ben jij dat panter ? en hoor ik daar ook de stem van de kleinerat ?

Asjemenou, zei de panter, ben jij dat monkey en is de wolvin ook gevangen ?

Ja ik ben het, zei de stem uit de kist weer, ik weet niet waar de wolvin is, ik sliep toen ze me vingen

Mijn vader helpt ons wel, zei de kleinerat en gelukkig konden ze net zijn tranen niet zien

Hee ! zei Fox, vergeten jullie niet dat ik er ook nog ben ?

We kunnen niet wachten op die oude grijzerat, we moeten zo snel mogelijk ontsnappen

Hoe ? vroeg de monkey, mijn kist zit goed op slot, die krijg je echt niet zomaar open

Ja, zei de panter, hier is geen ontsnappen aan, de sloten zijn veel te dik en zwaar, dat lukt ons nooit

Hee ! niet de moed opgeven hoor, mijn vader red ons wel, dat weet ik zeker, zei de kleinerat

Heel in de verte riep heel zacht een uil: het daglicht brak aan en de zon kwam op

In een huis (iets verder van het hotel vandaan) zei een stem: goede morgen rat, lekker geslapen ?


De oude grijzerat keek in het vrolijke gezicht van de sterrenkoningin en zei: ja dank je wel

Wil je eerst nog ontbijt voor je vertrekt ? vroeg de sterrenkoningin

Ik moet straks weer werken in hotel Merlijn en daar kunnen we dan nog even een ontbijt nemen, als je dat wil

Jawel, dat wil ik best wel, zei de oude grijzerat

De sterrenkoningin pakte haar spullen en samen gingen ze op weg naar hotel Merlijn, in het centrum

Bij het hotel aangekomen, liepen ze naar achteren en toen de oude grijzerat langs het raam liep en toevallig naar binnen keek, werd hij lijkwit

Merde ! shit ! O' mijn god, dat kan niet waar zijn, dat is niet mogelijk, zei de oude grijzerat

Wat ? vroeg de sterrenkoningin, wat is er aan de hand rat ? en ze keek de oude grijzerat aan

Binnen aan de bar, die dame en die man die daar zitten, dat is onmogelijk

je kent ze ? vroeg de sterrenkoningin, ze zijn hier gisteravond aangekomen en blijven een hele week

Merde ! hoe is dat mogelijk, ik moet ze spreken, zei de oude grijzerat, kan dat ?

O' jawel kom maar mee, zei de sterrenkoningin en ze liep naar binnen

Wacht hier en ze opende een deur van een klein kamertje

De oude grijzerat stapte naar binnen en de deur sloeg toen achter hem weer dicht

Een tijdje later ging de deur weer open en een stem zei: hoe is het mogelijk, je bent het echt

Dit meisje zei me dat een oude grijzerat me wilde spreken en ik dacht nog.... zal toch niet ?

Lachend viel ze om de nek van de oude grijzerat

Gesluierde dame ? jij en ook de man met de baard ?

Wat te hel is er hier aan de hand ? vroeg de oude grijzerat aan de dame voor hem

O' je hebt het nog niet gehoord ? fathima heeft een oproep gedaan aan Merlijn

Kwade jagers hebben de zwarte panter gevangen en iedereen is te hulp gevraagd

Wat ? dat kan niet waar zijn, zij is te slim en te snel om zich te laten vangen, zei de oude grijzerat

Ja, dat dachten wij ook, zei de ma met de grijze baard, terwijl hij achter de gesluierde dame naar binnen stapte en de deur achter hem sloot

Maar de fee fathima heeft het ratjong naar Merlijn gestuurd, dus reken maar dat het geen vals alarm is, sprak de man met de baard verder

Merde ! en wat nu, zei de oude grijzerat, ze moet bevrijd worden en heel snel

Ja daarvoor zijn we ook hier, fathima vroeg onze hulp en gelukkig ben jij er nu ook, zei de gesluierde dame

Klop, klop, klop, er werd op de deur geklopt en de sterrenkoningin vroeg: wie is daar ?

Ik ben het, zusje en de wezel is er ook, zei een stem achter de deur

De sterrenkoningin deed snel de deur open en zusje stapte binnen, met achter haar de wezel

We komen je helpen oude grijzerat, sprak de wezel, want volgens mij kan je onze hulp best gebruiken

Wat ? hoe weet je... en voor de oude grijzerat nog iets kon zeggen zei de wezel: ach ! nieuws gaat hier snel

Oké! zei de oude grijzerat, maar eerst moeten we een goed plan bedenken voordat we in actie komen

Ik heb een vriendin, Loesje, ik vertelde al over haar, zei de sterrenkoningin

Zij weet vast wel wat we moeten doen, zij kent het bos en de meeste dieren

Oké, let's go ! zei de oude grijzerat, tijd is kostbaar dus laten we vertrekken

Met z'n allen gingen ze op weg naar het huisje van Loesje

Roekoe, roekoe, riep een witte duif vanaf het dak en een meisje opende haar deur

Kom binnen zei Loesje, duif kondigde jullie al aan en ik heb vast koffie en thee gezet

Je weet waarvoor we komen ? vroeg de oude grijzerat verbaast


Jawel, zei Loesje, Loesje kent het bos en ook de dieren van het bos

Kwade mensen vangen de dieren en verkopen ze door aan de dierentuin

Er zijn al veel dieren gevangen en ook al verkocht, zei Loesje

Wat moeten we doen ? vroeg de oude grijzerat en hij keek naar Loesje, die op haar beurt weer haar blik op de sterrenkoningin wierp

Wat ? O' dat, zei de stčrekoningin, tja ! volgens mij heb je gelijk, dit is meer iets voor de jonge poema, zij is dol op avontuur

Dacht je ook niet Loesje ? en de sterrenkoningin keek op haar beurt weer naar Loesje

Wie is de jonge poema ? vroeg de oude grijzerat die van Loesje naar de sterrenkoningin keek

O; die ontmoet je snel genoeg, zei de sterrenkoningin, die lachte en naar Loesje keek

Oké, ik ga vast op weg want ik moet nog heelveel doen, zei de sterrenkoningin verder

Zeg rat, je vind de jonge poema aan de rand van het bos, doe haar de groeten van mij en ik wens je veel geluk

De sterrenkoningin draaide zich om en nog voordat de oude grijzerat iets kon zeggen, was ze door de deur verdwenen

Oké, en jullie, wat gaan jullie doen ? vroeg de oude grijzerat aan de rest

Wij gaan naar hotel Merlijn en komen later, zei de gesluierde dame en ook zij stapte de deur uit, gevolg door de man met de grijze baard

Ik ga met de kameleon hulp halen, zei de wezel, er zijn dieren zat die ons wel willen helpen

Wij gaan ook naar hotel Merlijn, zei Loesje en zorgen voor eten en drinken

Hotel Merlijn en ze keek om haar heen, naar de oude grijzerat en naar zusje en weer terug

Hee ! duif, zei Loesje verder, ga snel naar het bos en ga de raaf vertellen dat de oude grijzerat op weg is en hulp nodig heeft

Waarop de duif op vloog en in allerijl naar het bos snelde om het grote nieuws te brengen

In het kantoor van Hotel Merlijn, zat de boeddha met z'n baas (spa rood) te praten en hun gesprek was erg geheimzinnig (het ging over de dieren van het bos)

Is het gelukt ? vroeg de boeddha, de dieren zijn dus bijna allemaal gevangen ?

Sssttt, stil idioot, straks hord iemand ons nog wil je soms de gevangenis in gaan en spa rood keek woest naar de boeddha

Ach man, maak je niet dik die sukkel van een dwalende tekenaar krijgt toch de schuld, hij heeft tenslotte toch geen hersens en de boeddha lachte

Ja maar toch heb ik liever dat je zwijgt, sprak spa rood, dat lijkt me beter voor ons, weet de muren hebben oren en je weet maar nooit

Ondertussen naderde de oude grijzerat, de rand van het bos en hij keek vluchtig in het rond

Toen hij vlakbij de bomen was aangekomen, sprong plots uit het niets een slanke jonge poema te voorschijn

Hoi jij bent dus de oude grijzerat ? de sterrenkoningin zei me dat je eraan kwam en hulp nodig had

Oké, hier ben ik dan en ze sprak verder: we moeten heel voorzichtig zijn want het bos zit vol met vallen, kooien, en klemmen dus erg gevaarlijk

Zei de jonge poema en ze lachte terwijl ze verder sprak en zei: wel spannend en ik heb ook best wel zin in lol

Wat ? lol ? jij vind dit lollig ? en de oude grijzerat keek haar verbaast aan

De jonge poema lachte en zei: nou ja, het is wel een spannend avontuur, ja toch of niet soms ?

De oude grijzerat keek haar verbaast aan en moest toch wel even om haar lachen

Ze is ook nog zo jong, dacht de oude grijzerat en hij zuchten even diep

Ik weet best wat je denkt hoor, zei de jonge poema, maar ik ben heus geen baby meer

Wouw ! dacht de oude grijzerat en snel zei hij tegen haar: oké ! en wat gaan we nu doen en waar is de rest ?


Hoezo de rest ? wij zijn er toch ? en de jonge poema lachte naar de oude grijzerat

We gaan voorlopig met z'n twee, dus kom mee zei de jonge poema en plots snelde ze naar rechts het bospad op

De oude grijzerat liep snel achter haar aan en riep: hee ! niet zo snel, ik ben er ook nog en niet zo jong en snel meer als jij

Tjee ! ik dacht dat jij hier de weg wel kon, jij bent hier toch al eens geweest ? zei de jonge poema terwijl ze stopte en naar de oude grijzerat keek

Merde ! dacht de oude grijzerat, hoe weet zij dat nou ?

Ha, ha, ha, lachte de jonge poema, ik zei toch al: ik weet wat je denkt en rustig liep ze verder

De oude grijzerat zei niets meer en hij volgde haar zwijgzaam

Ergens heel ver weg (in een donkere grot) zaten op dat zelfde moment, drie demonen aan een stenen tafel

Wat gaan we vandaag doen ? vroeg de oudste (zijn naam was lucifer)

Ja, wat zullen we vandaag eens doen ? zei zijn vriendin (haar naam is piremana)

We gaan de gasten van Hotel Merlijn eens lastig vallen, sprak de derde (die ze demien noemde)

Oké ! dat doen we, zei lucifer en met z'n drietjes gingen ze op weg naar Hotel Merlijn

Hee ! zei de jonge poema op dat moment tegen de oude grijzerat, stil ik hoor iets in de verte

De oude grijzerat spitste zijn oren en heel in de verte was het geluid van spetterend water te horen

Snel en stil gingen ze op het geluid af en stilletjes naderde ze een groot meer

In het water zwom een blond meisje en ze schrok op toen ze het tweetal zag

Plons ! snel dook het blonde meisje onder en plots was ze verdwenen

Shit ! merde ! als je me nou, waar is dat kind gebleven ? zei de oude grijzerat terwijl de jonge poema dichterbij kwam

Wees niet bang we doen je niks, toe kom tevoorschijn, zei de jonge poema toen ze vlak bij het water stond

Even kwam er een blonde meisjes hoofd uit het water

Wie zijn jullie en wat doen jullie hier ? vroeg het meisje en ze keek naar het tweetal op de kant

Ik ben de oude grijzerat en zij is de jonge poema, wij komen voor de dieren van het bos, zei de oude grijzerat

O' ik ben meermin de waterfee, mijn vriend winetoe vertelde al dat er boze mannen in het bos waren

Hij zei me al dat ik voorzichtig moest zijn, vandaar dat ik vluchtte toen ik jullie zag

Ik schrok zei meermin en ze zei verder: ergens boven in de bergen woont een krijger die ze de veteraan noemen en hij kan jullie misschien wel helpen

Hij kent de peetvader van Hotel Merlijn en ook mijn vriend whinetoe komt daar vaak

De oude grijzerat dacht diep na, wat is er toch met dat Hotel ? er is daar iets niet pluis en toen zei hij: hee meermin, zeg niemand dat je ons gezien hebt, ook niet aan je vriend whinetoe want het is beter dat niemand weet dat wij hier zijn

O' en de veteraan ook hij mag niks weten ? vroeg meermin aan de oude grijzerat

Nee, beter van niet, we moeten eerst zeker weten wie onze vrienden zijn en wie niet

Dus even zwijgen want je weet maar nooit, zei de oude grijzerat

Ja zei de jonge poema, tot nu toe kunnen we het nog wel met z'n tweetjes af, he rat ? en ze lachte


De oude grijzerat slikte, keek van meermin naar de jonge poema, slikte opnieuw en zei: Misschien heb je wel gelijk, we moeten in ieder geval wel heel voorzichtig zijn en kunnen niemand vertrouwen

Natuurlijk heb ik gelijk, zei de jonge poema, ik heb altijd gelijk en ze keek naar de oude grijzerat

Shit ! ook dat nog die denkt echt dat ze alles weet, dacht de rat en keek haar aan

Ja dat doe ik zeker, lachte de jonge poema weer, ik zei toch dat ik je gedachten op kon vangen

Merde ! zei de rat, en nu ben je stil en boos keek hij naar de jonge poema die verschrikt een paar stappen naar achteren deed

Waarom ben je nu boos ? vroeg ze aan de rat

Ik ben niet boos maar doe niet zo verwaand, wees gewoon jezelf en meer niet, zei de rat

Leuk stel, zei meermin, zijn jullie altijd zo tegen elkaar ? en ze lachte

Sorry, zei de rat, ik ben iets nerveus en we zijn geen stel, ik ken haar maar net

O' ja, zei de jonge poema raar ik dacht dat we elkaar goed genoeg kende en ze lachte opnieuw

Ach ! hou je toch stil, kom we moeten verder want de dieren moeten bevrijd en de rat draaide zich boos om

Mocht je soms een witte duif zien ? zeg hem dan dat we richting het westen gaan, zei De Rat toen tegen Meermin

Laat hem dit doorgeven aan Loesje dan weet ze waar we zijn

Zal ik doen zei Meermin, veel geluk en weet ik zal zwijgen dat ik jullie heb gezien, behalve tegen de duif

Wees voorzichtig want het gevaar loert overal, zei ze verder, dus kijk goed uit

Oké bedankt en ook jij voorzichtig zijn en kalm liep de oude grijzerat naar het westen gevolgd door de jonge poema, die dit keer zweeg

Nadat ze een tijdje rechtdoor hadden gelopen, stond plots de jonge poema stil en de oude grijzerat vroeg; wat is er ?

Ik weet een kortere weg wel iets ruiger maar wel veel korter en sneller

Oké we hebben weinig tijd dus ga je gang ik volg je wel en de oude grijzerat liep achter haar aan

Over takken, bladeren, kuilen en tussen bosjes en struiken, liepen ze steeds verder door het bos

Plots stond de oude grijzerat stil. merde ! waar ga je toch heen ? het begint donker te worden en het komt me hier niet echt bekend voor, zei de oude grijzerat

Sorry ik ben een verkeerd pad in geslagen en ik denk dat we verdwaald zijn, het spijt me echt zei de jonge poema

Shit ! dom wicht en wat moeten we nu doen ? Merde ! waarom volg ik jou eigenlijk wat ben ik toch dom zei de oude grijzerat toen nog bozer

Toe wees niet boos ik kan er toch ook niks aan doen, vergis jij je dan nooit ? zei de jonge poema

Ach ! zei de oude grijzerat en liep boos weer verder

Waar gaan we heen ? vroeg de jonge poema, toe ga niet zo snel en wacht even op mij

Waar we heen gaan ? waar denk je dat we heen gaan ? jij bent toch zo slim en weet toch zoveel, zei de oude grijzerat

Oké zie je daar die ster ? en de oude grijzerat wees naar de hemel en wees naar een grote heldere ster

We volgen die ster en zien dan wel waar we terecht komen wat moeten we anders ? het is al bijna donker en de oude grijzerat liep boos verder

De jonge poema was stil en volgde verdrietig de oude grijzerat

Na een tijdje stopte de oude grijzerat opnieuw en hij wees naar een grot tussen de bergen


We gaan kijken of die grot leeg is, wees dus stil want we moeten een plek voor de nacht vinden

Stilletjes naderde ze de grot en nadat ze beide voorzichtig rond hadden gekeken (en niemand hadden gezien) stapte ze voorzichtig de grot binnen

Ik heb honger zei de jonge poema en ik ben ook erg moe

Blijf hier, zei de oude grijzerat ik ga voedsel zoeken en kom zo snel mogelijk weer terug

O' laat me niet alleen ik ben bang en wil met je mee zei de jonge poema en ze snikte

Toe wees flink met z'n tweetjes vallen we op en als ik alleen ga is het veiliger zei de oude grijzerat

Oké maar kom snel terug ik ben bang en wil niet te lang alleen zijn, zei de jonge poema nog steeds snikkend

Ik kom zo snel ik kan weer terug en nadat de oude grijzerat dit gezegd had, verdween hij en was de jonge poema alleen

Buiten was het al aardig donker en alleen de sterren en de maan zorgde voor wat licht

De oude grijzerat liep en liep en zocht moeizaam naar iets wat eetbaar was

In de grot kroop de jonge poema trillend in een hoekje, waar blijft toch die rat ? dacht ze stil, als er maar niks is gebeurd

Ondertussen was het aardig druk in Hotel Merlijn en ook de bar zat aardig vol.

Ting, ting, ting, een klant melde zich aan en liet zich inschrijven in het Hotel.

Mijn naam is Hippie en ik blijf voor een paar dagen, want ik heb hier nog wat zaken te doen.

Bekkentrekster keek naar Pretoogje en deze ging de trap op naar boven.

In een kamertje op zolder, zat Loesje op een stoel voor het raam en op het kozijn zat een Witte duif.

Klop, klop, klop, Loesje riep: binnen en Pretoogje stapte de kamer binnen.

Is er al nieuws over de ouwe grijzerat en de jonge poema ? vroeg Pretoogje aan Loesje.

Nee, ze blijken nog steeds onvindbaar, zelfs De Raaf is nog steeds opzoek.

Heb je die nieuwe gast al gezien ? zijn naam is Hippie, zei Pretoogje en daarvoor kwam er nog een man, sprak ze verder.

Welke man, hoe is zijn naam ? vroeg Loesje toen en keek naar Pretoogje.

Zijn naam is Pastoor en hij heeft kamer nummer acht, een rare en vreemde man, zei Pretoogje weer.

Klop, klop, klop, Opnieuw geklop en weer zei Loesje: binnen.

De deur ging open en Zusje stapte de kamer binnen.

Er is iets gaande in het Hotel, er zijn meer gasten dan ooit en het bevalt me niets, zei zusje.

Ja, sprak Loesje, er gebeuren rare dingen, we moeten dus extra voorzichtig zijn en toen zei ze tegen Pretoogje: ga snel naar

het dorp en bezoek De Schoonheid, misschien kan zij iets zien en heeft ze nieuws.

Pretoogje knikte en verdween, terwijl Loesje peinzend door het raam naar de rand van het bos keek.

Aan de bar beneden, was het aardig druk en er waren veel vreemde gasten die nacht.

De Peetvader zat in een hoek te praten met een knaap die hij Skol noemde en iets verderop zaten ook Hippie en De Pastoor in een diep gesprek.

De Boedha liep nerveus heen en weer en z'n blik volgde Sparood, die in een donker hoekje zat te fluisteren met De Dwalendetekenaar.

Iets verderop aan de bar van Hotel Merlijn, zat een groepje druk met elkaar te praten.

Bij hun stond een knaap die ze Paddo noemde en hij was de zoon van Sparood.

Hee! Gipsy, zei Paddo, waar is de Klaverdame naar toe ?

O" zij is met Spiegelbeeld naar haar kamer toe gegaan, hoezo ? Vroeg Gipsy


Ach! niets, ik vroeg het me alleen af, zei Paddo toen en z'n blik ging naar een tafeltje, waar Sparood en De Dwalendetekenaar zaten te praten.

Muziek klonk door de boxen en buiten begon het opnieuw hard te regenen.

In een huisje (iets verderop in het dorp) zat Pretoogje bij De Schoonheid aan een tafel.

De Ouwe grijzerat is spoorloos ? vroeg De Schoonheid.

Ja, zei Pretoogje, niemand weet waar ze zijn.

Oké, ga terug naar Hotel Merlijn en zeg tegen Skol dat hij eens rond moet snuffelen.

Maar voorzichtig, er dreigt overal gevaar en niemand is te vertrouwen, zei De Schoonheid.

Pretoogje stond op en ging terug naar Hotel Merlijn.

Ondertussen stapte De Ouwe grijzerat het hol tussen de bergen binnen en De Jongepoema vroeg: en wat heb je gevonden ? ik heb honger.

Alleen bosbessen, wortels, bramen en eetbare Paddestoelen, zei De ouwe grijzerat en daar achteraan zei hij: doe voorzichtig

met de paddestoelen want als je er teveel van eet, kun je er raar van gaan dromen.

Is er niets anders ?? vroeg De Jongepoema, terwijl ze gretig wat bosbessen naar binnen werkte.

Hier zal je het mee moeten doen, meer kon ik niet vinden, zei De ouwe grijzerat en het regent te hard plus dat het nu ook te donker is.

Na de karige maaltijd, kroop de ouwe grijzerat in een hoekje en hij vleide zich op de grond neer.

De Jongepoema ging iets verderop liggen en ze zei: het is hier koud en ik heb nog steeds honger.

Waarop De ouwe grijzerat zei: kom dan iets dichterbij, dan krijg je het vanzelf iets warmer.

We moeten nu eerst rusten, als we wakker zijn dan vinden we heus wel iets te eten en hij draaide zich om.

De Jongepoema kroop iets dichter naar De ouwe grijzerat en kalm vielen ze in slaap.

De volgende morgen was het plots erg druk in het bos, vrachtauto's reden op en aan met kooien en kisten, die vol geladen zaten met dieren uit het bos.

Een blonde knaap (ze noemde hem: De Blondelok) riep tegen De Dwalendetekenaar: en deze kooi, waar moet ik die laten ? en hij wees naar een grote zware kooi.

De Dwalendetekenaar keek naar de kooi en een Zwartepanter keek hem woest van achter haar tralies aan.

Naar de dierentuin, deze brengt vast veel geld op en terwijl De Dwalendetekenaar dit zei, liep hij naar een auto die net het bospad af kwam rijden.

Hee! Sparood, zei hij, wat kom jij hier doen en waarom heb je Paddo bij je ?

Er is iets mis, zei Sparood, volgens mij hebben ze het in Hotel Merlijn in de gaten.

Hoezo ? wie ? wat ? stotterde De Dwalendetekenaar.

Mijn zoon paddo heeft geruchten gehoord over een Ouwe grijzerat en deze schijnt bijzondere krachten te bezitten, dus is hij een groot gevaar voor ons.

Ik moet deze Rat dus snel in mijn bezit krijgen, hij is veel geld waard en heel machtig.

De dwalendetekenaar keek naar Sparood en hij zei: een Rat en waar moet ik die dan vinden ?

Dat weet ik niet, zei Sparood, je zet er maar wat mensen aan, ik heb tenslotte geld zat en woest reed hij het bospad weer af, richting het dorp.

De Ouwe grijzerat opende zijn ogen en keek in het slapende gezicht van De Jongepoema.

Hee! wakker worden slaapkop, we moeten nog een lange reis maken, hee! sta op riep De ouwe grijzerat


Wat ? wwwaattt ? stamelde De Jongepoema, wwaar zijn we, wat is er gebeurd ? en moeizaam opende zij haar ogen.

Ze keek verbaast naar de lachende Ouwe grijzerat en deze zei: we moeten eerst de weg terug vinden en hopend zijn we dan nog op tijd.

Kom we hebben nog een lange reis te gaan en ik moet ook nog voor voedsel zorgen.

Ja, ik heb honger, zei De Jongepoema, die moeizaam overeind kwam en achter De Ouwe grijzerat aan liep.

Ze liepen opnieuw over takken, bladeren en kuilen en tussen bosjes en struiken door.

Honger, moe, geen zin meer, klaagde De Jongepoema, maar De Ouwe grijzerat liep zwijgend door.

Kra, kra, horde ze plots in de lucht en verschrikt bleef De Ouwe grijzerat staan en hij keek omhoog.

Een Raaf lande voor De ouwe grijzerat en hij zei: eindelijk heb ik jullie dan gevonden, iedereen is naar jullie opzoek.

Wie is iedereen en wie ben jij ? vroeg De Ouwe grijzerat.

O" ik ben De Raaf, wij hebben een gezamenlijke vriend, zei De Raaf toen en keek van De Jongepoema naar De Ouwe grijzerat.

O' en wie mag dat dan wel zijn ? vroeg De Ouwe grijzerat opnieuw.

De Valk, zei De Raaf, jullie zijn toch vrienden ?

Je bedoeld De Valk uit het grote bos, jij kent De Valk ? en De Ouwe grijzerat keek hem met grote ogen aan.

Jawel, zei De Raaf, ik ken De Valk, maar niet alleen De Valk en De Raaf sprak verder, oké genoeg gekletst er is weinig tijd dus kom snel mee jullie twee.

Waar gaan we naar toe, vroeg De Ouwe grijzerat, waar breng je ons heen ?

Hier verderop woont De Veteraan, zei De Raaf, hij kan je verder helpen en hij kent het bos heel goed.

De Veteraan is een vriend van De Peetvader en helpt jullie wel.

Oké, let's go! riep De ouwe grijzerat, we gaan op weg.

Gaan we ook nog iets eten ? ik heb honger, zei De Jongepoema.

He! even niet zeuren, alles op z'n tijd, zei De Ouwe grijzerat en met z'n drietjes gingen ze op weg naar De Veteraan.

Ook in Hotel Merlijn werd het steeds rumoeriger, want kalm werden de gasten van het Hotel wakker.

Kom mee, zei Skol tegen Pretoogje en De Bekkentrekster, we gaan naar De Schoonheid en ze verlieten het Hotel.

Ondertussen kwamen De Raaf, De ouwe grijzerat en ook De Jongepoema, bij De Veteraan aan, die ze hartelijk begroeten en zei: dus jullie willen mijn hulp ?

Tja! ook ik wil dat de dieren weer vrij zijn, dus ik help jullie zoveel ik kan.

Luister Raaf, zei hij toen verder: ik roep alle vrienden bij elkaar en ga dan naar het meer van Meermin.

We wachten daar totdat jullie er zijn, gaan jullie vast naar de uitkijkpost.

Daar woont De Uitkijker, misschien heeft hij nog nieuws over de dieren en helpt hij ons.

De Raaf keek hem aan en zei: ik kan beter alleen gaan, als ik alleen ga, gaat het sneller.

Oké, zei De Veteraan, ga snel want tijd is kostbaar.

O' en wij ? vroeg De Ouwe grijzerat, wat gaan wij dan doen ?

Jullie gaan naar het zuiden, daar komen jullie dan vanzelf bij een kloof, waar De Schildpad woont.

Vertel De schildpad wat er is gebeurd en hij helpt jullie dan wel verder, zei De Veteraan.


Oké, let's go! zei De Ouwe grijzerat tegen De Jongepoema en zo ging iedereen een andere kant op, ieder met z'n eigen taak.

In de dierentuin was het erg druk, kisten en kooien werden geopend en dieren werden overgeplaatst in veel sterkere kooien, met nog zwaardere sloten erop.

Wouw! dat is niet best, zei De Kleinerat tegen Fox, hier komen we echt niet zosnel meer uit en stil begon hij te snikken.

Stil nu maar, zei De Zwartepanter, er komt heus wel hulp hoor en De Ouwe grijzerat is er ook nog.

Ja, zei Fox, hij zal ons wel komen bevrijden, maar de vraag is hoe en wanneer ?

Verdrietig keek hij om zich heen, shit! wat zijn het er veel, bijna alle dieren uit het bos.

Ja, zei De Monkey, die verderop in een kooi zat, bijna iedereen is gevangen en ook hij keek verdrietig om zich heen.

Plots zag hij haar in een kooi verderop, daar zat De Wolvin, die op dat moment ook naar hem keek.

Monkey, jij bent dus ook gevangen en wie nog meer ? vroeg De Wolvin verdrietig.

We zitten hier bijna allemaal, zei Fox en toen zei hij tegen De Zwartepanter: en wat doen we nu ?

Afwachten, wat kunnen we anders ? zei De Zwartepanter, maar eerst moeten we weten wie hier allemaal zijn.

Hee! Wolvin, zei De Zwartepanter verder, jou kooi staat het verst, dus informeer eens wie er in de kooien naast jou zitten en de kooien daarnaast.

Even later riep De Wolvin: Oké bijna iedereen zit hier.

Jij, De Monkey, De Kleinerat, Fox en ik, maar ook Knabbel, Sfinx en zelfs Het Ratjong zijn vannacht gevangen en hierheen gebracht.

Volgens Het Ratjong Is De Valk hier ook ergens in een kooi.

Wat ? De Valk ? mijn vriend De Valk zit hier ook ? vroeg De Zwartepanter,

Dat zou verschrikkelijk zijn, weet Het Ratjong dat heel zeker ?

Ja, zei De Wolvin, De Valk zit in een zwaar bewaakte kooi.

Ze weten dat hij De Ouwe grijzerat kent en hopen via hem, zo De Ouwe grijzerat te vangen.

O' God! sprak De Zwartepanter, dat is niet best, zo loopt De Ouwe grijzerat straks nog in de val.

Wees blij Panter, zei De kleinerat, wees blij dat ze niet weten wie jij bent en dat ik z'n zoon ben.

Ja, dat is waar, sprak De Zwartepanter, dat zou helemaal een ramp zijn, jou afkomst moet geheim blijven, anders zijn we echt

verloren.

Ergens in het zuiden, naderde De Ouwe grijzerat en De Jongepoema, de kloof waar De Schildpad moest wonen.

Merde! Jongepoema, loop toch eens door, zei De Ouwe grijzerat geërgerd.

Ik ben moe en ik heb honger, zei De Jongepoema, zijn we er nu nog niet ? en treuzelend liep ze achter De Ouwe grijzerat aan.

Zeur Toch Niet zo, ook ik ben moe en heb honger, maar zeuren helpt daar niets aan, dus loop door, zei De Ouwe grijzerat.

In Hotel Merlijn stond Loesje voor het raam en peinzend dacht ze aan De Ouwe grijzerat en De Jongepoema.

Roekoe, roekoe, Duif kwam aan gevlogen en hij vertelde dat hij De Raaf had gesproken en wat er zoal gebeurd was.


Mooi, zei Loesje, dus De Ouwe grijzerat en De Jongepoema zijn veilig, dan woord het nu de hoogste tijd om actie te ondernemen en ze liep de kamer uit en de trap af.

Loesje liep naar de grote zaal en voorzichtig naderde zij de bar, waar De Peetvader zat.

Ze nam plaats naast De Peetvader en vroeg: jij kent toch De Ouwe grijzerat ? en ze keek De Peetvader aan.

Sssttt, stil, zei De Peetvader en hij keek verschrikt om zich heen.

Kom mee, zei hij toen en stond rustig op en liep naar de gang en naar buiten.

Loesje volgde hem en achter op het terras stopte De Peetvader, die vluchtig om zich heen keek en toen zei: waar ken jij De

Ouwe grijzerat van en wie kent hem nog meer ?

De Sterrenkoningin heeft hem ontmoet en hij vroeg om hulp, zei Loesje tegen De Peetvader.

Oké, vertel me maar wat je weet en wat er is, zei De Peetvader en hij ging op een muurtje zitten.

Ach! zuchten Loesje, het zijn de dieren uit het bos, ze worden allemaal gevangen genomen en boze jagers lopen hier op en aan.

De Ouwe grijzerat is er op af gegaan en wil de dieren gaan bevrijden, maar dat kan hij nooit alleen.

Ook hier in Hotel Merlijn is er iets raars aan de hand en er komen de laatste dagen heelveel vreemde gasten.

Tja! zuchten De Peetvader, dat zei ik vannacht al tegen Skol, ik vertrouw de boel hier niet en hou al een tijdje mijn oren

en ogen wijd open, hopend iets op te kunnen vangen.

Skol zei al: die Sparood voert iets in z'n schild en ook De Boedha weet meer dan wij vermoeden.

Het heeft in ieder geval iets te maken met De Dwalendetekenaar, dus we houden ze goed in de gaten.

Wie ken je allemaal en waar is De Ouwe grijzerat op dit moment ?

De Ouwe grijzerat is op weg naar De Schildpad en ik denk dat hij daar nu wel zal zijn.

Ik ken De Sterrenkoningin, Bekkentrekster, Zusje en Pretoogje, zij werken in Hotel Merlijn.

Spiegelbeeld, De Klaverdame, De Schoonheid, Gipsy en Skol, zijn vrienden.

Ook Paddo is volgens mij een vriend, al is hij wel de zoon van Sparood en kan hij dus gevaar op leveren.

Je weet dat De Sterrenkoningin en ik met de dieren kunnen praten en ook daar ken ik er heelveel van.

Mijn Witteduif, De Wezel, De Raaf, De kameleon, Knabbel, Sfinx, Het Ratjong, De Valk en De Zwartepanter en deze laatste twee zijn vrienden van De Ouwe grijzerat, nog van vroeger.

Ook zijn er twee gasten, De Gesluierdedame en De Man Met De Baard, deze twee zijn ook vrienden van De Ouwe grijzerat.

Dan zijn die twee gasten, Hippie en De Pastoor er ook nog en dan De Dwalendetekenaar, De Boedha, Sparood en een knaap die ze De Blondelok noemen.

Dan hebben we nog De Monkey, De Wolvin, Fox en De Kleinerat en deze laatste is de zoon van De Ouwe grijzerat.

Ook De Jongepoema is er bij en zij is met De Ouwe grijzerat samen op pad.

Dan hebben we jou vrienden: de Veteraan, De Uitkijker en De Schildpad ook nog en we hebben de twee Fee'en Fathima en Meermin nog en Meermin haar vriend: Whinetoe.

Fathima, Meermin, De Sterrenkoningin en ik hebben onze verborgen krachten, net als De Ouwe grijzerat en ook de drie demonen; Lucifer, Piremana en Demien.

Maar wat zij ook betekenen ? hun vertrouw ik niet zo, zij zijn mij iets te vreemd.

Oké, zei De Peetvader toen Loesje was uitgesproken, ik denk dat ik maar eens op onderzoek uit ga en kijk wie er nu wel en wie er nu niet te vertrouwen is.


Goed, zei Loesje, dan ga ik naar het huis van De Schoonheid, eens zien of daar nog wat nieuws is.

De Peetvader stond op en zei: wees voorzichtig en hij liep toen richting de deur van het Hotel.

Ook jij voorzichtig zijn, zei Loesje, ik zie je later en Loesje draaide zich om en liep richting het dorp.

Pas op! er beweegt iets tussen de struiken daar, zei op dat zelfde moment De Jongepoema tegen De Ouwe grijzerat.

Sssttt, stil toch, zei De Ouwe grijzerat, ik heb dat allang gezien, doe net of je niks in de gaten hebt.

Met een boog liep De Ouwe grijzerat op het struikje af, dat even daarvoor had bewogen en met een grote sprong ging De Ouwe grijzerat er op af.

Hee! by cool man, zei een stem uit de struiken, die hol klonk en uit een schild stak de kop van een Schildpad.

Puff, puff, man wat laat je me schrikken, zei De Schildpad en kalm slofte hij naar voren.

Zo dus jullie zijn gestuurd door De Veteraan en wat moet die sukkel van mij ? zei De Schildpad, toen De Ouwe grijzerat had verteld wie ze waren.

Nou eigenlijk hebben wij je hulp nodig, zei De Ouwe grijzerat.

Wat ? jullie ? en wat kan ik dan voor jullie doen ? vroeg De Schildpad.

De Ouwe grijzerat vertelde het hele verhaal en toen hij was uit verteld, zei De Schildpad: zo, zo dat is niet best.

Oké, ik zal jullie helpen en ik ga naar De Fee Fathima toe.

Ik ben niet zo vlug, dus ik ga via de gangen onder de grond en toen keek hij van DE Ouwe grijzerat naar De Jongepoema en vervolgens zei hij tegen De Jongepoema: te groot ben jij voor de gangen, jij moet via de boven grond.

Hoezo ? vroeg De Jongepoema, denk je soms dat ik alleen verder ga ? mooi niet dus en ze keek naar De Ouwe grijzerat.

Oké, oké, zei deze toen, ik ga wel met jou mee, jij je zin en toen zei hij tegen De Schildpad: ga jij maar naar Fathima, dan zien we elkaar later bij het meer van Meermin wel.

Goed zei De Schildpad, maar kijk goed uit en nadat hij dit gezegd had, verdween hij in een gat in de grond.

Wouw! sloom figuur zeg, zei De Jongepoema en wat doen we nu ? ik heb nog steeds honger hoor.

Merde! zei De Ouwe grijzerat, kun je dan nergens anders aan denken dan aan eten ?

Ja sorry hoor, ik ben niet zo oud als jij, ik moet nog groeien, zei De Jongepoema en boos draaide zij zich om.

Oké, niet mokken, zei De Ouwe grijzerat, we gaan wel eerst opzoek naar eten. trouwens je bent zo oud of jong, als je jezelf voelt hoor en hij keek naar De Jongepoema en sprak verder: en zo oud ben ik nu ook weer niet hoor en hij lachte.

De Jongepoema keek hem aan en moest toen zelf ook wel lachen.

Met z'n tweetjes liepen ze terug en onderweg kwamen ze langs een grote moestuin, vol met groenten en fruit.

Eindelijk eten, riep De Jongepoema en rende op de tuin af.

Rustig aan, zei De Ouwe grijzerat, niet teveel tegelijk naar binnen schrokken, anders kun je er goed last van krijgen.

We moeten nog een heel eind, dus kalm aan, zei De Ouwe grijzerat verder en rustig begon ook hij te eten.

De Peetvader liep langs het kantoor van Hotel Merlijn en hoorde zachte stemmen.



Hij stond stil en spitste zijn oren,was dat Sparood die hij daar horde ?

Op dat moment zei Lucifer (die aan de bar van het Hotel zat) hee! Dwalendetekenaar, heb je nog iets beleeft of is er hier nog steeds geen bal te doen ?

Waarop De Dwalendetekenaar zei: bemoei je er niet mee, er is hier zat te doen.

O' ja en wat dan ? vroeg Piremana toen en ze keek hem doordringend aan.

De Dwalendetekenaar keek om zich heen en zei: zin in avontuur ? willen jullie goed geld verdienen ?

O' best wel, zei Lucifer toen, waarop De Dwalendetekenaar plaats aan de bar nam.

Luister, zei hij, kunnen jullie zwijgen ? en toen Lucifer en Piremana ja knikte, vervolgde hij zijn verhaal.

Luister, zei hij weer verder, Sparood geeft veel geld als je hem een Ouwe grijzerat brengt, hij heeft deze rat nodig.

Wat ? zei Demien, die net aan kwam lopen, De Ouwe Grijzerat ?

Huh! ken je hem dan ? vroeg De Dwalendetekenaar verschrikt.

Ach! ik heb hem wel eens ontmoet, maar ik mag hem niet zo, zei Demien er snel achteraan.

Mooi, zei De Dwalendetekenaar, er is een beloning van Sparood, als je hem die Ouwe grijzerat uitlevert.

Hoeveel vroeg Lucifer toen, hoe groot is die beloning en hij keek naar De Dwalendetekenaar.

Waarop De Dwalendetekenaar zei: vijfduizend als je hem levend vangt en duizend als hij dood is, hoezo ?

Vijfduizend ? dat is een hoop geld voor zo'n oud dier, dat geld heb ik dus snel in m'n zak, kom mee zei Lucifer toen tegen

Piremana en Demien en hij sprong snel overeind.

Ondertussen zat De Raaf bij De Uitkijker en deze laatste zei (nadat hij het hele verhaal had gehoord) dat stelletje van Hotel

Merlijn, hou ik al heel lang in de gaten, ik vertrouwde de boel toch al niet.

Vooral die Sparood niet, die uitslover met z'n poen en die Boedha ook niet, met z'n grote bek.

Ik wist wel dat daar iets niet pluis was, maar wat nu ?

De Uitkijker keek naar De Raaf en vervolgde, we gaan eerst maar naar het bos en kijken waar die Ouwe grijzerat rond hangt en zien dan wel weer verder wat we gaan doen.

Oké, kom mee, zei De Raaf en samen gingen ze op weg.

Het begon alweer donker te worden en de avond viel in.

De Ouwe grijzerat en De Jongepoema hadden hun weg naar het bos weer terug gevonden en liepen opnieuw langs takken, struiken, kuilen en bladeren.

We moeten opschieten, zei De Ouwe grijzerat, het word al laat en hij keek naar De Jongepoema die plaats nam onder een grote dikke eikenboom.

Hee! kom op, we moeten nog een heel eind, het is nu geen tijd om te rusten hoor, zei De Ouwe grijzerat weer en keek haar boos aan.

Moe, honger, geen zin meer hoor, ga maar alleen verder maar ik blijf hier mooi zitten, zei De Jongepoema vermoeid.

Shit! Merde! dan blijf je maar mooi hier, zei De Ouwe grijzerat boos en hij liep gewoon verder.

Wacht! hee! wacht op mij, jee! wat ben jij een rotzak en snikkend kwam De Jongepoema overeind.

De Ouwe grijzerat keek haar aan en kreeg toch wel medelijden met haar.

Oké, vannacht blijven we hier en morgen als het licht is, gaan we wel weer verder, zei De Ouwe grijzerat toen


Het gezicht van De Jongepoema klaarde gelijk weer op en voorzichtig vroeg ze: en ook wat eten ?

Oké, oké, ik zorg wel weer voor jou en De Ouwe grijzerat ging opnieuw opzoek naar voedsel en was dit keer snel weer terug.

Na het eten ging De Jongepoema dicht naast De Ouwe grijzerat zitten en vermoeid sloot zij haar ogen.

De Ouwe grijzerat keek een tijdje naar haar en sloot toen zelf ook zijn ogen.

Kra, kra, verschrikt opende de Ouwe grijzerat z'n ogen en hij keek naar De Raaf, die voor hem stond.

Niet echt slim om zo onvoorzichtig te zijn, zei De Raaf, die naast De Uitkijker stond en verder vroeg hij: waar is De Jongepoema gebleven ?

Shit! merde! verschrikt keek De Ouwe grijzerat om zich heen, waar was De Jongepoema gebleven ?

We zijn niemand tegen gekomen, zei De Uitkijker en hij keek naar De Ouwe grijzerat, die er bezorgd uitzag.

Merde! waarom bleef ze ook niet bij mij, waarom heeft ze me niet gewekt ? zei De Ouwe grijzerat en hij zuchten diep.

Wat doen we nu ? vroeg De Raaf en hij keek van De Ouwe grijzerat naar De Uitkijker.

Tja! zei deze laatste, wat gaan we nu doen ? en hij keek opnieuw naar De Ouwe grijzerat.

Zucht! ach! ach! sprak De Ouwe grijzerat en hij keek triest naar de lucht en zei verder: domme Jongepoema, waar kan ze nu dan zijn en wat is er met haar gebeurd ?

We gaan naar het meer van Meermin, zei De Uitkijker, misschien weet zij iets, hier wachten heeft volgens mij ook geen zin.

Dat is zo, zei De Raaf toen, Meermin weet vast wel raad en we moeten toch wat gaan ondernemen.

De Ouwe grijzerat zuchten diep en zei: oké, let's go! laten we dan maar gaan.

Hopend is er niets ernstigs met haar gebeurd en met z'n drietjes gingen ze op weg naar het meer van Meermin.

Bij het meer van Meermin, was het al aardig druk en er kwamen er steeds meer bij.

Stilte, zei De Peetvader, het wachten is op De Ouwe grijzerat en daarna zien we dan wel verder wat we gaan doen.

Lang hoefde ze niet te wachten, want tussen de bomen kwamen De Raaf, De Uitkijker en De Ouwe grijzerat aangelopen.

Welkom Ouwe grijzerat, zei De Peetvader, we zaten al op jullie te wachten.

De Ouwe grijzerat keek naar de grote kring om het meer en hij zei: wouw! wat zijn het er veel, meer dan ik had verwacht.

Hee! Ouwe grijzerat, zei Meermin toen, waar is De Jongepoema ?

Tja! zei De Ouwe grijzerat, toen ik vanmorgen gewekt werd door De raaf en De Uitkijker, was ze plots verdwenen, ik hoopte dat ze hier zou zijn.

De Sterrenkoningin stapte naar voren en liep op De Ouwe grijzerat af.

Leuk je weer te zien, maak je niet ongerust, wij helpen je wel en ze lachte naar De Ouwe grijzerat.

De Ouwe grijzerat keek peinzend naar De Sterrenkoningin, maar deze sprak vlug verder en zei: oké, hier heb ik een lijst, dus laten we eerst eens kijken wie hier allemaal zijn.

We beginnen rechts van mij, iedereen noemt zijn of haar naam en ik noteer deze.

Zo gezegd, zo gedaan en een voor een werden de namen toen genoteerd.

Oké, zei De Sterrenkoningin, we noemen ze nog een keer op om te kijken of het zo klopt en we niemand vergeten zijn.


De Ouwe grijzerat, De Veteraan, De Uitkijker, De Raaf, De Schildpad, De Peetvader, Meermin, Whinetoe, Fathima, De Schoonheid, Skol, Pretoogje, De Bekkentrekster, Zusje, Loesje, De Duif, Gipsy, De Klaverdame, Spiegelbeeld en ik dus, zei De Sterrenkoningin

en wie missen we dan nog ?

De Jongepoema, zuchten De Ouwe grijzerat en waar zijn De Wezel en De Camelion ? sprak hij verder.

Ja en waar zijn Sfinx en het Ratjong gebleven ? vroeg Fathima, die zoekend om haar heen keek.

Merde! zei De Ouwe grijzerat en waar is De Valk ? en hij keek naar De Sterrenkoningin, die snel haar blik afwende en naar Loesje keek.

Ja en waar zijn De Wolvin, De Monkey, Fox en Knabbel en wie missen we nog meer ? vroeg Meermin.

Ik denk dat ik nu weet wie de boeven zijn, riep De Peetvader, ik heb ze afgeluisterd toen ze in het kantoor van Hotel Merlijn zaten en ik daar toevallig langs liep.

O' ja en wie zijn dat dan ? vroeg De Ouwe grijzerat, waarop De Peetvader verder sprak: Sparood is de baas, hij beheert met z'n geld het Hotel.

De Boedha is zijn bedrijfsleider en werkt voor geld voor hem.

Ook De Dwalendetekenaar is de knecht en doet alles wat zij hem zeggen.

Paddo, de zoon van Sparood en ook De Blondelok, doen wat Sparood ze verteld.

O' en wie zijn dan die twee gasten: Hippie en De Pastoor ? vroeg Pretoogje.

Hippie en De Pastoor zijn de kopers, zij kopen de dieren van het bos en verkopen ze weer aan de dierentuin.

Het bos hebben ze nodig voor een grote gok complexs, de grootste van dit land en de machtigste, zei toen De Peetvader verder.

Lucifer, Piremana en Demien, zijn eigenlijk alleen maar de meelopers, zij doen alles voor geld, sprak De Peetvader verder.

Demien ? maar die ken ik, zei De Ouwe grijzerat, hij is niet echt slecht en heeft best een goed hart.

Toch hoort hij bij hun en niet bij ons, zei De Veteraan.

Ja en Paddo is ook niet echt slecht hoor, zei Pretoogje, ik ken hem al heel lang.

Oké, we weten nu wie bij wie hoort, zei De Peetvader, maar wat gaan we er nu aan doen ?

Er op af, zei De Veteraan, we maken ze gewoon af.

Ho! wacht, zei De Ouwe grijzerat, ik haat geweld en zolang ik er ben, word er niemand gedood.

Geweld lost niets op en is dus wat mij betreft overbodig.

Weet jij dan iets beters ? vroeg De Veteraan, waarop De Ouwe zei: ja we splitsen ons.

Een deel gaat terug naar Hotel Merlijn en houdt daar de boel goed in de gaten.

Een deel wacht in het huis van De Schoonheid op een teken voor de aanval en de rest blijft hier bij het meer van Meermin.

En jij ? vroeg De Raaf, wat ga jij dan doen ?

Waarop De Ouwe grijzerat zei: ze willen mij ? oké, ze krijgen mij zoals ze wensen.

Ik laat me door hun gevangen nemen en kom dan vanzelf bij de rest van de dieren.

Nee! schreeuwde De Sterrenkoningin, ben je soms gek ? stel je voor dat ze je dood maken, wat moeten we dan ?

Dat denk ik niet, zei De Ouwe grijzerat, levend ben ik voor hun meer waard dan dood.

Vergeet niet dat ik ook mijn gaven en krachten nog heb, ik red me echt wel.

Oké, zei De Sterrenkoningin toen, maar je gaat niet alleen, iemand gaat met je mee.

O' nee, zei De Ouwe grijzerat, dat valt teveel op, ik ga alleen dat is beter.

Ja, zei Loesje toen, De Ouwe grijzerat heeft gelijk, hij kan beter alleen gaan, hij weet heus wel wat hij doet.


Oké, zei De Sterrenkoningin, misschien heb je gelijk, vooruit dan maar, we splitsen ons in drie groepen, maar wat dan ?

Hoe weet ik nog niet, zei De Ouwe grijzerat, maar jullie horen snel genoeg of ze mij hebben gevangen en dan zorgt De Raaf dat hij in de buurt van de dierentuin zit, zodat ik hem een teken kan geven.

Daarna komt dan iedereen heel vlug in actie.

Welk teken ? en hoe geef je die ? vroeg De Raaf en keek naar De Ouwe grijzerat.

Dat weet ik nog niet, maar als het zover is, dan weet jij dat snel genoeg, zei De Ouwe grijzerat en hij sprak verder: heeft

iedereen het nu begrepen ? en toen iedereen ja had gezegd of geknikt, zei De Ouwe grijzerat: oké, let's go! en iedereen splitste

zich toen in groepen.

De Ouwe grijzerat draaide zich om en rende terug naar het bos, nagekeken door De Sterrenkoningin.

De Ouwe grijzerat liep en liep en bleef oren en ogen heelgoed open houwen.

Ergens daar vlakbij, diep onder de grond van het bos, stonden in een grote onderaardse grot, De Tovenaar Merlijn en De Gesluierdedame, stil te praten.

Wat ben je eigenlijk van plan ? vroeg De Gesluierdedame aan Merlijn.

Je weet dat ik voor rechtvaardigheid vecht, zei Merlijn en het woord dus tijd dat bepaalde personen een lesje gaan krijgen.

Dit was toeval en bracht ons in een nieuw avontuur. Ja, net als toen, lachte De gesluierdedame en ze zei verder: oké, ik ga dus naar het Hotel en zorg er voor dat die Demonen een lesje krijgen.

Ja maar wacht tot je m'n teken krijgt, anders is het nog te vroeg en valt m'n plan in duigen, zei Merlijn.

Weer iedereen nu wat ze moeten doen ? vroeg De Gesluierdedame.

Jawel, het loopt precies zoals we willen, oké ik ga, zei Merlijn en hij pakte het Rattestokje.

Merlijn tikte zeven keer op de grond en.......Poef!

Krak! er knakte iets links van De Ouwe grijzerat.

Deze deed net alsof hij niks had gehoord en liep rustig verder en verder.

Soef! plots vloog De Ouwe grijzerat omhoog en verschrikt hing hij hoog in de lucht te bundelen.

Shit! merde! dacht De Ouwe grijzerat, dat had ik dus moeten zien, dat was dus erg dom van me.

(Wat was er nu gebeurd?) onder de bladeren zat een groot net, vastgemaakt aan de takken van een grote boom.

Met een grote lasso en toen De Ouwe grijzerat er op stond, vloog het net omhoog en was hij gevangen.

Een tijdje bungelde hij in de lucht, krak! kraak! er kwamen mensen aan en De Ouwe grijzerat spitste zijn oren en ogen.

Krak! krak! kraak! uit de struiken kwamen de drie Demonen te voorschijn.

Ha, ha, ha, we hebben de buit binnen, zei Lucifer, dat brengt ons vijfduizend gulden op, dat is snel verdiend en hij lachte.

Ik zei toch dat het makkelijk zou zijn ? sprak Lucifer verder en hij keek naar Piremana en Demien.

Zo, zei De Ouwe grijzerat, jullie drie dus en jij Demien, jij ook ?

Sorry, zei Demien, ik kan niet anders, Lucifer is de baas en geld is geld nietwaar ?


Ach! zei De Ouwe grijzerat, als dat voor jou dan zo belangrijk is ? tja! je moet doen wat jij denkt dat goed is en De Ouwe grijzerat keek Demien aan, die nerveus heen en weer stond te wiebelen.

Bek dicht! zei Lucifer en toen tegen Piremana: ga De Dwalendetekenaar halen en zeg hem dat we die Ouwe grijzerat hebben gevangen en laat hem ons geld mee nemen.

Waarop Piremana toen snel richting De Dwalendetekenaar verdween.

Twee glinsterende ogen, keken toe vanuit het struikgewas.

Even later was Piremana weer terug en naast haar liepen, De Dwalendetekenaar, Paddo en Sparood.

Zo, jij bent dus De ouwe grijzerat, jij hebt dus magiërs krachten ? zei Sparood.

Ha, ha, ha, volgens mij ben je net zo dom als hij en Sparood wees naar De Dwalendetekenaar en deze zei: wie ? Ikke ? bedoel je mij ? en hij keek verbaast naar Sparood.

Stil! riep Sparood, geef ze hun geld en gooi die ouwe grijzerat in de kooi achterop de wagen.

Snel! er is haast bij en Sparood liep naar z'n auto, die iets verderop stond.

De Ouwe werd met net en al, in een grote kooi gegooid en kwam met een harde smak op de bodem van de kooi terecht.

Au! merde! au! kreunde De Ouwe grijzerat, want hij kwam erg hard neer.

Vanuit het struikgewas hadden twee glinsterende ogen alles gevolgd.

De Dwalendetekenaar gaf vijf briefjes van duizend aan Lucifer en liep naar de auto van Sparood.

Jij loopt met Paddo terug, zei Sparood, ik rij vast naar de dierentuin en zie jullie daar later wel.

En wij ? wat doen wij ? vroeg Lucifer toen en hij keek naar Sparood.

Jullie ? wat kan het mij schelen wat jullie doen, zei Sparood.

Jullie heb ik niet meer nodig en hij starten z'n auto en reed weg.

Nou ja, zei Lucifer, dan gaan we maar naar Hotel Merlijn, misschien is daar nog wat te beleven.

Kom mee en hij liep richting het centrum, gevolgd door Piremana en Demien.

De Dwalendetekenaar en Paddo gingen ook op weg, zij liepen richting de dierentuin.

Vanuit het struikgewas, keken twee glinsterende ogen de groepjes na.

Merde! die domme Ouwe grijzerat ook en wat moet ik nu ? wat zal ik nu dan gaan doen ? en De Jongepoema kwam achter het struikgewas vandaan.

Vroem! vroem! brrr, brrr, de auto van Sparood reed naar de dierentuin en achterin z'n auto, zat De Ouwe grijzerat in een grote zware kooi.

Veel kon De Ouwe grijzerat niet zien, want de kooi was goed afgedekt met een groot stuk zeil.

Plots stond de auto stil, De Ouwe grijzerat spitste zijn oren, waren ze er al ?

De autodeur ging open en sloeg weer dicht en voet stappen verwijderde zich.

Ssstt, stil, zei een stem en het zeil ging voor een groot stuk omhoog.

Jongepoema ? zei De Ouwe grijzerat verbaast, waar te hel was jij ? en hoe kom je hier ?

sorry, ik kon beter helpen als ik apart ging en dat heb ik dus goed gedaan, zei De Jongepoema, toen ze De Ouwe grijzerat in z'n kooi zag.

Merde! kon je dat dan niet even zeggen ? weet je wel hoe ongerust ik was ? wat zijn dat voor rare streken ?

Zei De Ouwe grijzerat boos, iedereen is ongerust, dat was niet echt slim van je.

Sorry wees nu niet boos, wees blij want nu kan ik je bevrijden uit je kooi, zei De Jongepoema vlug.

Wat ? mooi niet, waarom denk je dat ik me liet vangen ? soms voor de lol ? en De Ouwe grijzerat keek haar boos aan.


Nou zeg, zei De Jongepoema, wat wil je dan gaan doen ? jij zit nu wel in een kooi hoor.

Vertrouw me nu maar, zei De Ouwe grijzerat, ik red me wel.

O' ja, hoe dan ? vroeg De Jongepoema, wat ben je dan van plan te gaan doen, vanuit je kooi ? en ze keek naar De Ouwe grijzerat

Dat merk je dan wel, zei De Ouwe grijzerat, ik ben trouwens blij dat ik je zie, ik was best ongerust hoor.

O' Ja ? toch wel ? dus je geeft toch wel iets om mij ? zei de Jongepoema terwijl ze naar De Ouwe grijzerat keek.

Shit! doe niet zo dom, natuurlijk geef ik om je, waarom doe je toch steeds zo moeilijk ? zei De Ouwe grijzerat.

Och! zei De Jongepoema en die Zwartepanter dan ? je doet wel erg veel moeite voor haar hoor.

Merde! je bent jaloers ? dat verbaast me, zei De Ouwe grijzerat en hij begon te lachen.

Stil, straks horen ze ons nog, zei De Jongepoema en ze zei verder: verbeeld je maar niks hoor, ik ben echt niet jaloers, waarom zou ik ?

De Ouwe grijzerat lachte en zei toen: oké ik pest je maar wat hoor, maar je vroeg er ook wel een beetje om hoor.

Maargoed, nu je hier toch bent, je kan me wel helpen.

Ga naar De raaf, hij moet hier ook ergens verstopt zijn en vertel hem wat er is gebeurd.

Laat hem wachten op mijn teken en de dierentuin omsingelen, tijd voor actie, maar wees voorzichtig.

Red je het alleen ? echt ? vroeg De Jongepoema, ik laat je anders niet graag alleen hoor.

Wees niet bang, doe nu maar wat ik zei, toe ga, zei De Ouwe grijzerat en De Jongepoema sloot het zeil en verdween.

Even later, naderde voetstappen en De Ouwe grijzerat hoorde stemmen die steeds duidelijker werden.

Rits! het zeil werd van de kooi gehaald en de stem van Sparood zei: en wat betalen jullie voor dit exemplaar ? deze is ruim zes duizend gulden waard en sparood keek van de Pastoor naar Hippie.

Tja ? zei De Pastoor en keek naar Hippie, wat geven we voor dit beest ? zes duizend is een hele hoop geld.

Zonder hem gaat de hele koop niet door, zei Sparood, je neemt hem erbij of je laat alle dieren maar hier.

Mooi, dacht De Ouwe grijzerat, de dieren zijn dus nog hier en hij keek naar de mannen voor de kooi.

Plots waren er snelle stappen hoorbaar en uit de schemering kwam iemand naar voren rennen en een stem schreeuwde: we moeten opschieten, snel er is iets gaande in Hotel Merlijn.

De Demonen zijn gevangen, dus we moeten vluchten en De Boedha stapte naar voren.

Wat ? stommeling, schreeuwde Sparood, jij zou daar toch alles in de gaten houden ? wat doe je dan hier ?

Waarop De Boedha zei: man wie denk je dat je bent ? jij speelt de baas, maar ondertussen gaat alles wel mis.

Stil! riep De Pastoor, gooi dat ouwe beest bij de rest van de dieren en laad zo snel mogelijk alles in, we vertrekken.

De deur van De Ouwe grijzerat z'n kooi ging open, pats! De Ouwe grijzerat kreeg een harde klap op z'n hoofd en alles werd donker om hem heen.

In Hotel Merlijn, was het aardig druk en in het kantoor zei De Gesluierdedame: zo dus jullie vingen De Ouwe grijzerat en waar

hebben jullie hem gelaten ? en ze keek naar de drie Demonen voor haar.


Gaat je niks aan stom mens, zei Lucifer en hij keek woest naar De Gesluierdedame.

O' we gaan het zo spelen, we gaan dus stoer doen ? en De Gesluierdedame lachte.

En jij Demien, ook stoer ? jij was toch bevriend met De Ouwe grijzerat ?

Je zegt niks hoor, bek dicht tegen dat mens, zei Lucifer tegen Demien, die wit op een stoel zat.

Oké! sluit ze maar op, zei De Gesluierdedame en ze keek naar De Man Met De Baard.

Och! au! Merde! au! De Ouwe grijzerat opende kreunend zijn ogen en keek verbaast om zich heen.

Pa! riep De Kleinerat, je leeft nog ? en De Ouwe grijzerat keek in de ogen van zijn zoon.

Wouw! zei De Ouwe grijzerat en keek om zich heen, wwaar zijn we en hoe kom jij hier ?

Och! mijn hoofd, merde! en voorzichtig stond De Ouwe grijzerat op.

Dat is lang geleden Rat, zei een stem naast hem en De Ouwe grijzerat stond eindelijk oog in oog met De Zwartepanter.

Ja, zeg dat wel meid, heel lang geleden, zei De Ouwe grijzerat en tegelijk zag hij ook De Valk.

Mooi, zei De Ouwe, jij leeft dus ook nog en terwijl De Ouwe dit zei, zag hij ook de rest van de dieren.

De Wolvin, De Monkey, Fox, Knabbel, Sfinx, Het Ratjong en zelfs De Wezel en De Camelion.

Jullie ook ? zei De Ouwe grijzerat, gelukkig leven jullie ook nog, ik miste jullie al.

De Zwartepanter kwam dichterbij en zei: wat nu Rat ? wat gaan we nu doen ? en ze keek naar De Ouwe grijzerat.

Wacht maar af, zei De Ouwe grijzerat en hij liep naar de wand, waar hoog bovenin een klein raampje met tralies zat.

Kun je erbij Valk ? vroeg De Ouwe grijzerat, terwijl hij naar het raampje keek.

Jawel, zei De Valk, dat lukt me wel, zeg maar wat ik moet doen.

Oké, zei De Ouwe grijzerat, ik ga op je rug en jij brengt me naar dat raampje toe.

De Rest gaat bij de deur vandaan en plat op de grond liggen, als ik het teken geef.

De Ouwe grijzerat stapte op de rug van De Valk, die snel naar het kleine raampje vloog.

Het raampje is te klein, zei De Valk, daar kom je nooit doorheen hoor.

O' dat hoeft ook niet en De Ouwe grijzerat wees en zei: kijk maar naar dat randje, zet me daar maar neer.

In het hoekje van het raampje zat een klein scheurtje en er was een klein stukje uit het raampje.

Oké, weg bij de deur en plat op de grond gaan liggen, en oren dicht, riep De Ouwe grijzerat en hij gaf een snerpende gil, die heel hard klonk.

Let's go! actie nu! schreeuwde De Ouwe grijzerat en buiten was het plots rumoerig en druk.

Wat te! zei De Valk, die naar buiten keek en overal iemand te voorschijn zag komen.

Hulp, zei De Ouwe grijzerat, De Raaf was dus dichterbij dan ik had verwacht.

Voetstappen naderde de deur en een vrouwenstem riep hard: bij de deur vandaan, we komen er doorheen en even later was het: krak! kraak! krak! de stukken van de deur vlogen in het rond.

Hoi, zei een stem en daar stonden De Gesluierdedame en De Man Met De Baard.

Zijn we op tijd ? vroeg ze aan De Ouwe en deze lachte hard.

Hee! Panter, zei De Gesluierdedame toen gelijk verder, die Rat doet nog steeds alles voor je he ?

Net als toen met die trollen (Dit is een ander verhaal) en lachend omarmde zij De Zwartepanter.

Hee! en ik dan ? zei de stem van De Valk, tel ik niet meer mee ?


Waarop De Gesluierdedame ook hem omarmde.

O' zei Fox. als we dan toch bezig zijn en ook hij kwam naar De Gesluierdedame toe lopen.

Hee! zei De Ouwe grijzerat, kunnen we dit niet later doen ? er zijn nog een paar boeven ook hoor en hij keek het groepje aan.

Je hebt gelijk, zei De Gesluierdedame, we moeten nog wat boeven vangen.

Oké, let's go! zei De Ouwe grijzerat, we gaan naar buiten om te kijken waar de rest is gebleven en hij liep door de gebroken deur naar buiten.

Buiten gekomen, zag De Ouwe nog net Sparood met Paddo in de auto weg scheuren.

Merde! dacht De Ouwe grijzerat, jij ontkomt me niet.

Laat me los, gilde op dat zelfde moment De Pastoor tegen De Veteraan en deze zei: hou je koest man, anders krijg je een mep.

Goed zo, zei De Peetvader, die stevig De Hippie vast hielt en naar de spartelende Pastoor keek.

De auto van Sparood reed heel hard, richting het bos.

Vroemmm, vroemmm, de bomen van het bos waren al te zien en Sparood trapte het gaspedaal nog dieper in.

Plots een groot fel licht en Sparood trapte verblind door het licht, op z'n rem.

Ieieie! skriek! krak! klats! klats! boem! de auto raakte van het pad en zoefde door de struiken heen.

Knal! en de auto van Sparood lande tegen een dikke boom.

Au! och! kreun! Sparood kroop uit z'n auto en viel kreunend op de grond.

Paddo ? Paddo ? is alles goed met je ? au! oh! kreunde Sparood en voelde aan zijn pijnlijke been.

Ja, met mij is alles oké, zei de stem van Paddo uit de auto, ik zit alleen beklemd.

Zo, jij bent dus Sparood en jij dacht te kunnen ontsnappen ? zei een stem vlak naast Sparood.

Au! wat ? jee! wie ben jij nu weer ? wat mot je van me ? en Sparood keek omhoog.

Ik ben Merlijn De Tovenaar en ik vecht voor het recht.

Jij ? ach man, je bent gek, Merlijn is al eeuwen dood, zei Sparood en hij keek naar de ouwe grijze man voor hem.

Ha! dat zou je hopen, maar helaas, tovenaars bestaan nog steeds er staat er een recht voor je neus.

Maar dat merk je snel genoeg en Merlijn De Tovenaar pakte het Rattestokje, tikte zeven keer op de grond en.....Poef!

Wat te...! he ? hoe ? maar! en verbaast keek Sparood naar omlaag en werd wit om zijn neus.

Ik zei toch, tovenaars bestaan nog steeds, net als de Magie, zelfs in deze tijd.

Veel en veel later, was het groot feest in Hotel Merlijn.

Iedereen zat rond een hele grote tafel en aan het hoofd van de tafel zat De Ouwe grijzerat.

Mag ik even jullie aandacht ? vroeg De Ouwe en iedereen was plots doodstil en keek naar De Ouwe grijzerat.

Ik wil graag iedereen bedanken voor z'n hulp, de boeven zitten achter de tralies en weten nu ook eens wat dat is.

Wat gebeurd er verder met ze en wat met Hotel Merlijn ? vroeg Pretoogje.

De Pastoor en De Hippie zullen nog heel lang achter de tralies zitten, zei De Ouwe grijzerat.

Zij waren de hoofd boeven, ze waren van plan het hele bos te kappen en er een groot gok complexs neer te zetten.

Sparood zou daar geld in steken en het dan gaan beheren vanuit Hotel Merlijn.

Ook hij moet voorlopig nog heel lang achter de tralies zitten.


De Boedha, De Dwalendetekenaar en De Blondelok, hadden ze alleen maar nodig om de dieren te vangen.

Deze werkte voor geld en ook zij krijgen hun straf.

Zij moeten werken in het bos, net als de drie Demonen, Alle takken en struiken snoeien en de bladeren aan harken tot het bos weer in orde en schoon is.

Ook moeten ze allemaal een flinke boete betalen en dat geld woord in twee'en gedeeld.

Een deel is voor voedsel, voor alle dieren van het bos en een deel gaat naar Hotel Merlijn en deze zal worden beheerd door De Peetvader en door Skol.

Het Hotel is voor iedereen toegankelijk, voor jong en oud.

Nadat De Ouwe grijzerat dit gezegd had, keek hij de kring rond en hij sprak verder: dank iedereen, ook dit avontuur is weer voorbij en de rust is hier weer terug gekeerd.

Ik kwam voor De Zwartepanter en hier ben ik dus en De Ouwe grijzerat keek lachend naar De Zwartepanter.

Ook zie ik mijn zoon nog even en De Ouwe grijzerat omhelsde zijn zoon en gaf hem een dikke knuffel.

Hee! wacht eens even, zei De Gesluierdedame, het is nog niet voorbij hoor en ze keek naar De ouwe grijzerat.

Hoezo ? vroeg deze, wat dan nog meer, alles is nu toch voorbij ?

Jee! Rat, vergeet je niet iets, mist er niet iemand ? zei De gesluierdedame weer terwijl ze nog steeds naar De Ouwe grijzerat keek.

Tjee! wie moeten we missen dan ? volgens mij is iedereen gered, of niet en De Ouwe grijzerat keek de kring rond.

Oké, zei De Ouwe grijzerat, ik ga iedereen persoonlijk bedanken en zie dan wel wie ik mis.

De Ouwe grijzerat bedankte iedereen en hij begon rechts.

Hij bedankte De Gesluierdedame, De Man Met De Baard, De Peetvader, De veteraan, De Uitkijker, Skol, De Schoonheid, Pretoogje,

De Bekkentrekster, Zusje, De Sterrenkoningin, Loesje, De Uil, De kleinerat, De Klaverdame, Spiegelbeeld, Gipsy, Meermin, Whinetoe,

De Schildpad, De Zwartepanter, De Valk, De Raaf, De Wolvin, De Monkey, Fox, Knabbel, Sfinx, Het Ratjong, De Camelion en als

laatste, De Wezel.

Volgens mij heb ik nu iedereen gehad, zei De Ouwe grijzerat, want Paddo is naar zijn moeder gestuurd en de rest zit achter slot en grendel.

Een paar zijn onder zwaar bewaking, aan het werk en voor de rest mis ik niemand, zei De Ouwe grijzerat en hij keek naar De Gesluierdedame.

O' ja! zei De Sterrenkoningin, die opsprong en naar De Ouwe grijzerat keek.

Je hebt iedereen gehad, met tranen in haar ogen liep ze naar de deur en vertrok toen naar buiten.

De Kleinerat slikte en De Ouwe keek naar De Gesluierdedame en deze zei: toe Rat, doe wat je doen moet, wij gaan wel verder met het feest, ga nu maar.

De Ouwe grijzerat stond op en keek nog een keer de grote kring rond.

Dank jullie nogmaals voor jullie hulp en ik wens iedereen heel veel plezier op dit feest en De Ouwe grijzerat liep de deur uit en vertrok ook naar buiten toe.

Achter op het terras zat De Sterrenkoningin en ze huilde.

Plots horde ze geluid en snikkend keek ze op toen De Ouwe grijzerat haar naderde.

Merde! zei De Ouwe grijzerat, dacht je nu echt dat ik jou kon vergeten ? jij waar alles mee begon ? en De Ouwe grijzerat keek naar de verbaasde sterrenkoningin en deze stamelde verbaast: wat ? hoe... hoe... huh ? maar... hoe wist je het ?


Hoe wist je dat ik en De Jongepoema een en dezelfde waren ? en ze keek verbaast naar de lachende Ouwe grijzerat.

Ha, ha, ha, Lachte hij en hij zei: ook ik kan dus gedachte lezen en hij keek lachend naar het verbaasde gezicht van De Sterrenkoningin.

Je wist het al vanaf het begin ? vroeg ze en keek naar de lachende Rat.

De Ouwe grijzerat keek haar aan, haar brilletje stond iets scheef en haar beugel glinsterde in het maanlicht.

Natuurlijk wist ik wie je was, maar jij weet niet wie ik ben en toen pakte De Ouwe een stokje van achter zijn rug en voordat De Sterrenkoningin nog wat kon zeggen, tikte De Ouwe grijzerat, zevenkeer op de grond en.....Poef!

Voor De Sterrenkoningin stond nu De Ouwe grijze Tovenaar: Merlijn in eigen persoon en lachte naar haar.

Wouw! riep De Sterrenkoningin verbaast, Jij ? maar dat kan toch niet, jij bent een legende.

Is dit een droom ? en ze keek verbaast naar Merlijn De Tovenaar.

Een legende ? ik ben een legende ? en hoe denk je dat het komt, dat jij met dieren kan praten ? zei Merlijn en keek opnieuw naar De Sterrenkoningin.

Maar... Maar, dat kon ik al als klein kind hoor en Loesje kan dat ook, zei De Sterrenkoningin.

O' ja ? en kan Loesje ook veranderen in een dier ? kan zij ook veranderen in een Poema, net als jij.

Ik dacht het toch niet hoor, zei Merlijn verder, ja met dieren praten, maar meer ook niet en jij kan dat wel.

Och! zei De Sterrenkoningin, dat is waar, ik kon me pas veranderen in een Poema, toen ik In Hotel Merlijn kwam werken.

Maar waarom, waarom kan ik dit ? vroeg De Sterrenkoningin.

Jij bent speciaal, net als De Zwartepanter toen voor mij was en nog steeds is.

Zij kan zich veranderen in een Donker Prinsesje en was in 1888, mijn beste vriendin.

Waarom denk je dat ik zoveel voor haar doe ? omdat ze gewoon is ? nee, ook zij is speciaal.

Met haar beleefde ik al veel avonturen, nog in de tijd dat mijn kasteel hier nog stond.

Dat was in 1888, op de plek waar nu Hotel Merlijn staat.

Wat ? Hier ? stond hier het kasteel, echt waar en jij hebt hier echt gewoond ?

Verbaast keek ze naar Merlijn, maar dat is meer dan eeuwen geleden, dat kan toch niet ?

O' jawel hoor, zei Merlijn, vergeet je niet iets ? en Merlijn hield het Rattestokje omhoog en tikte opnieuw, zevenkeer op de grond.

Poef! en daar voor De Sterrenkoningin stond opnieuw De Ouwe grijzerat.

Ja maar, zei De Sterrenkoningin, waarom kwam je naar mij ?

Dat zal ik je vertellen, zei De Ouwe grijzerat, toen ik als Merlijn De Tovenaar in mijn boerderij zat, kreeg ik een teken van mijn kristallenbol, er was gevaar in Hotel Merlijn.

Het eerste beeld dat ik toen doorkreeg, was het beeld van jou en plots dacht ik terug aan het Donkere Prinsesje

(DIT IS EEN ANDER VERHAAL).

Toen ik zo terug dacht en jou bleek gezichtje zag, dacht ik: dit is werk voor De Ouwe grijzerat.

Ik had hulp nodig, maar jij kon me als De Sterrenkoningin niet helpen, of ik moest Merlijn blijven en dat zou teveel opvallen.

Dus ik zocht in m'n oude houtenkist naar het logboekje uit 1888 en vond toen ook het Rattestokje.

Wel toen Het Ratjong met de boodschap van Fathima kwam, zorgde ik dat jij De Jongepoema werd.

Jij was aan een avontuur toe en ik had hulp nodig en zo kon ik er gelijk voor zorgen, dat iedereen met elkaar samen moest werken, ze elkaar nodig gingen hebben.


Zo en nu gaan we nog een keer samen op pad, oké waar wacht je op ? verander jezelf in De Jongepoema.

De Sterrenkoninging keek lachend naar De Ouwe grijzerat.

Oké, zei ze en....Poef! daar stond ze dan voor De Ouwe grijzerat en deze zei: oké let's go! en hij rende richting het bos.

Hee! wacht op mij en snel rende De Jongepoema achter De Ouwe grijzerat aan en ze verdwenen in het bos.

EINDE VAN DIT VERHAAL !



Wil je weer naar de top ? klik dan twee keer met je muis op deze pagina. Groetjes: Robbie




------------------------------------------------------------------------------------------------ >